Art. 124 GTM-kaderverordening, Verwijzing van vermeende schendingen naar de onderzoekseenheid
Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)
Indien de ECB bij de uitoefening van haar taken op grond van de GTM-verordening van mening is dat er redenen zijn om te vermoeden dat:
a) krachtens relevant rechtstreeks toepasselijk Unierecht, zoals vermeld in artikel 18, lid 1, van de GTM-verordening, één of meer schendingen worden of zijn gepleegd door een belangrijke onder toezicht staande entiteit die haar hoofdkantoor in een eurogebiedlidstaat heeft, of
b) één of meer schendingen van een verordening of besluit van de ECB, zoals vermeld in artikel 18, lid 7, van de GTM-verordening, worden of zijn gepleegd door een onder toezicht staande entiteit die haar hoofdkantoor in een eurogebiedlidstaat heeft,
verwijst de ECB de zaak naar de onderzoekseenheid.