Art. 104 GTM-kaderverordening, Uitwisseling van informatie en samenwerking met betrekking tot het gebruik van macroprudentiële instrumenten door een NBA of een NAA

Verordening (EU) nr. 468/2014 (GTM-kaderverordening)

1. In overeenstemming met artikel 5, lid 1, van de GTM-verordening, zal de betreffende NBA of NAA, indien deze van plan is dergelijke instrumenten toe te passen, ten minste tien werkdagen voor een dergelijk besluit te nemen, hiervan melding doen aan de ECB. Desalniettemin, indien een NBA of NAA besluit gebruik te maken van een macroprudentieel instrument, brengt zij de ECB in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte van het feit dat zij een macroprudentieel risico of systeemrisico ten aanzien van het financiële systeem heeft geïdentificeerd en vermeldt daarbij, waar mogelijk, details van het voorgenomen instrument. Dergelijke informatie houdt voor zover mogelijk details omtrent de voorgenomen maatregel in, inclusief de voorgenomen toepassingsdatum.

2. De kennisgeving van het voornemen wordt gedaan aan de ECB door de NBA of NAA.

3. Indien de ECB bezwaar heeft tegen de voorgenomen maatregel van een NBA of NAA, geeft de ECB haar redenen hiervoor binnen vijf werkdagen na de ontvangstdatum van de kennisgeving van het voornemen. Dit bezwaar dient schriftelijk te zijn en de redenen voor het bezwaar te noemen. De NBA of NAA nemen de redenen van de ECB zorgvuldig in overweging alvorens het besluit op de daartoe geëigende wijze voor te zetten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen