Art. 8 Verordening (EU) nr. 224/2014

Verordening (EU) nr. 224/2014

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 5 bedoelde persoon, entiteit of lichaam in bijlage I is opgenomen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;

b) de betrokken tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c) het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in bijlage I bij deze verordening;

d) de erkenning van het retentierecht of de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;

e) het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.

Vorige artikelen

Volgende artikelen