Art. 91 Richtlijn 2014/65/EU, Wijzigingen van Richtlijn 2002/92/EG
Richtlijn 2002/92/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a) in punt 3 wordt het tweede lid vervangen door:
„Met uitzondering van hoofdstuk III bis van deze richtlijn, worden die werkzaamheden, uitgeoefend door een verzekeringsonderneming of een werknemer van een verzekeringsonderneming die onder verantwoordelijkheid van die verzekeringsonderneming handelt, niet als verzekeringsbemiddeling of verzekeringsdistributie beschouwd.”;
b) het volgende punt wordt toegevoegd:
„13. Voor de toepassing van hoofdstuk III bis is een „verzekering met een beleggingscomponent” een verzekeringsproduct waarmee een looptijd of een afkoopwaarde wordt aangeboden, waarbij die looptijd of afkoopwaarde geheel of gedeeltelijk is blootgesteld, direct of indirect, aan marktfluctuaties en hieronder vallen niet:
a) schadeverzekeringsproducten als opgesomd in bijlage I van Richtlijn 2009/138/EG (schadeverzekeringsbranches);
b) levensverzekeringcontracten waarbij de contractuele uitkeringen enkel uitbetaald worden in geval van overlijden of bij onvermogen te wijten aan letsels, ziekte of invaliditeit;
c) pensioenproducten die krachtens de nationale wetgeving worden geacht voornamelijk tot doel te hebben de belegger van een pensioeninkomen te voorzien, en die de belegger het recht op bepaalde voordelen geven;
d) officieel erkende bedrijfspensioenregelingen die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/41/EG of Richtlijn 2009/138/EG vallen;
e) individuele pensioenproducten waarvoor in de nationale wetgeving een financiële bijdrage van de werkgever vereist is en waarbij de werkgever of de werknemer geen vrijheid heeft in de keuze van het pensioenproduct of de aanbieder.”.
2) Het volgende hoofdstuk wordt toegevoegd:
„ HOOFDSTUK III BIS
Aanvullende vereisten ter bescherming van de klant met betrekking tot verzekeringen met een beleggingscomponent
Artikel 13 bis
Toepassingsgebied
Met inachtneming van de in de tweede alinea van artikel 2, lid 3, genoemde uitzondering worden in dit hoofdstuk extra voorschriften vastgesteld voor verzekeringsbemiddelingsactiviteiten en rechtstreekse verkoop door verzekeringsondernemingen, als deze activiteiten worden ontplooid in verband met de verkoop van verzekeringen met een beleggingscomponent. Deze activiteiten worden verzekeringsdistributieactiviteiten genoemd.
Artikel 13 ter
Voorkoming van belangenconflicten
Een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming treft en handhaaft doeltreffende organisatorische en administratieve regelingen om alle redelijke maatregelen te kunnen nemen teneinde te voorkomen dat de belangen van de klant door belangenconflicten, als bepaald in artikel 13 quater, worden geschaad.
Artikel 13 quater
Belangenconflicten
1. De lidstaten schrijven voor dat verzekeringstussenpersonen of verzekeringsondernemingen alle passende maatregelen nemen om belangenconflicten te onderkennen die zich bij het verrichten van verzekeringsdistributieactiviteiten voordoen tussen henzelf, met inbegrip van hun bestuurders, werknemers en verbonden verzekeringstussenpersonen of een persoon die rechtstreeks of niet rechtstreeks met hen verbonden is door een zeggenschapsband, en hun klanten of tussen hun klanten onderling.
2. Indien de door een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming overeenkomstig artikel 13 ter getroffen organisatorische of administratieve regelingen voor het beheer van belangenconflicten ontoereikend zijn om redelijkerwijs te mogen aannemen dat het risico dat de belangen van de klant worden geschaad, zal worden voorkomen, maakt de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming op heldere wijze de algemene aard en/of de bronnen van belangenconflicten bekend aan de klant alvorens voor zijn rekening zaken te doen.
3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 13 septies gedelegeerde handelingen vast te stellen tot:
a) omschrijving van de maatregelen die redelijkerwijze van verzekeringstussenpersonen of verzekeringsondernemingen mogen worden verwacht om belangenconflicten bij het verrichten van verzekeringsdistributieactiviteiten te onderkennen, te voorkomen, te beheren en/of openbaar te maken;
b) vaststelling van adequate criteria ter bepaling van de soorten belangenconflicten die de belangen van de klanten of potentiële klanten van de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming kunnen schaden.
Artikel 13 quinquies
Algemene beginselen en informatieverstrekking aan klanten
1. De lidstaten zien erop toe dat een verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming zich bij het verrichten van verzekeringsdistributieactiviteiten op eerlijke, billijke en professionele wijze voor de belangen van hun klanten inzet.
2. Alle door de verzekeringstussenpersoon of verzekeringsonderneming aan klanten of potentiële klanten verstrekte informatie, met inbegrip van publicitaire mededelingen, is correct, duidelijk en niet-misleidend. Publicitaire mededelingen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar.
3. Lidstaten kunnen de aanvaarding of ontvangst verbieden van provisies, commissies en geldelijke tegemoetkomingen die aan verzekeringstussenpersonen of verzekeringsondernemingen worden betaald of verstrekt door een derde partij of een persoon die in verband met de distributie van verzekeringen met een beleggingscomponent aan klanten voor rekening van een derde partij handelt.
Artikel 13 sexies
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 13 quater genoemde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 2 juli 2014.
3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13 quater bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5. Een overeenkomstig artikel 13 quater vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.”.