Art. 31 Richtlijn 2014/65/EU, Toezien op de naleving van de regels van de MTF of de OTF en van andere wettelijke verplichtingen

Richtlijn 2014/65/EU

1. De lidstaten schrijven voor dat beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, voor de MTF of de OTF doeltreffende regelingen en procedures vaststellen en handhaven om stelselmatig toe te zien op de naleving van de regels van die instelling door hun leden of deelnemers of gebruikers. Beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, waken over de door hun leden of deelnemers of gebruikers volgens hun systemen verzonden orders met inbegrip van annuleringen en verrichte transacties opdat inbreuken op deze regels, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren, gedragingen die kunnen wijzen op praktijken die verboden zijn uit hoofde van Verordening (EU) nr. 596/2014 of systeemverstoringen in verband met een financieel instrument kunnen worden onderkend, en zij zetten de nodige middelen in om ervoor te zorgen dat dit toezicht doeltreffend is.

2. De lidstaten verlangen van beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, dat zij de voor die MTF of OTF bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis stellen van ernstige inbreuken op haar regels, handelsvoorwaarden die de ordelijke werking van de markt verstoren of gedragingen die kunnen wijzen op praktijken die verboden zijn uit hoofde van Verordening (EU) nr. 596/2014 of systeemverstoringen in verband met een financieel instrument.

De bevoegde autoriteiten van de beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, stellen ESMA en de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis van de in de eerste linea bedoelde informatie.

Wat betreft gedragingen die kunnen wijzen op praktijken die verboden zijn uit hoofde van Verordening (EU) nr. 596/2014, moet een bevoegde autoriteit ervan overtuigd zijn dat een dergelijke praktijk plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, voordat zij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en ESMA op de hoogte stelt.

3. De lidstaten schrijven tevens voor dat beleggingsondernemingen en marktexploitanten die een MTF of een OTF exploiteren, ook onverwijld de in lid 2 bedoelde informatie verstrekken aan de bevoegde autoriteit voor het onderzoeken en vervolgen van gevallen van marktmisbruik en dat zij deze autoriteit hun volledige medewerking verlenen bij het onderzoeken en vervolgen van gevallen van marktmisbruik welke zich in of via hun systemen hebben voorgedaan.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de omstandigheden waarin een verplichting tot informatieverstrekking ontstaat zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel.