Art. 7 Richtlijn 2014/60/EU
De bevoegde centrale autoriteit van de verzoekende lidstaat stelt de bevoegde centrale autoriteit van de aangezochte lidstaat onverwijld ervan in kennis dat een vordering tot teruggave van het goed in kwestie is ingesteld.
De bevoegde centrale autoriteit van de aangezochte lidstaat licht de centrale autoriteiten van de andere lidstaten onverwijld in.
De uitwisseling van informatie via het IMI gebeurt overeenkomstig de toepasselijke wettelijke bepalingen betreffende de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer, onverminderd de mogelijkheid voor de bevoegde centrale autoriteiten om behalve van het IMI ook van andere communicatiemiddelen gebruik te maken.