Art. 69 Richtlijn 2014/59/EU, Bevoegdheid om bepaalde verplichtingen op te schorten
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten de bevoegdheid hebben om betalings- of leveringsverplichtingen ingevolge elk contract waarbij een instelling in afwikkeling een partij is, op te schorten vanaf de bekendmaking overeenkomstig artikel 83, lid 4, van een bericht van de opschorting tot middernacht aan het eind van de werkdag volgend op die bekendmaking in de lidstaat waar de voor de afwikkeling van de instelling in afwikkeling bevoegde autoriteit is gevestigd.
2. Indien tijdens de periode van opschorting uitvoering moet worden gegeven aan een betalings- of leveringsverplichting, is de betaling of levering bij het verstrijken van die periode onmiddellijk verschuldigd.
3. Indien voor een instelling in afwikkeling in het kader van een contract geldende betalings- of leveringsverplichtingen op grond van lid 1 worden opgeschort, worden de ingevolge dat contract voor de tegenpartijen van de instelling in afwikkeling geldende betalings- of leveringsverplichtingen voor dezelfde periode opgeschort.
4. Een opschorting op grond van lid 1 is niet van toepassing op:
a) in aanmerking komende deposito’s;
b) betalings- en leveringsverplichtingen ten aanzien van systemen of exploitanten van systemen bestemd voor de doelstellingen van Richtlijn 98/26/EG, centrale tegenpartijen en centrale banken;
c) in aanmerking komende vorderingen, voor de toepassing van Richtlijn 97/9/EG.
5. Bij het uitoefenen van een bevoegdheid uit hoofde van dit artikel houden de afwikkelingsautoriteiten rekening met de gevolgen die dit zou kunnen hebben voor de ordelijke werking van de financiële markten.