Art. 60 Richtlijn 2014/59/EU, Voorschriften voor de afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten
1. Bij het voldoen aan het in artikel 59 vastgelegde vereiste oefenen de afwikkelingsautoriteiten, met inachtneming van de rangorde van vorderingen in het kader van een normale insolventieprocedure, de afschrijvings- of de omzettingsbevoegdheid op zodanige wijze uit dat dit de volgende resultaten oplevert:
a) tier 1-kernkapitaalinstrumenten worden eerst verlaagd in verhouding tot de verliezen en tot de volledige omvang ervan. De afwikkelingsautoriteit neemt jegens houders van tier 1-kernkapitaalinstrumenten een of meer maatregelen als bedoeld in artikel 47, lid 1;
b) de hoofdsom van de aanvullende tier 1-instrumenten wordt afgeschreven of omgezet in tier 1-kernkapitaalinstrumenten, dan wel beide, in de mate die noodzakelijk is om de in artikel 31 bedoelde afwikkelingsdoelstellingen te bereiken of tot de volledige omvang van de relevante kapitaalinstrumenten, al naargelang hetgeen lager is;
c) de hoofdsom van de aanvullende tier 2-instrumenten wordt afgeschreven of omgezet in tier 1-kernkapitaalinstrumenten, dan wel beide, in de mate die noodzakelijk is om de in artikel 31 bedoelde afwikkelingsdoelstellingen te bereiken of tot de volledige omvang van de relevante kapitaalinstrumenten, al naargelang hetgeen lager is.
2. Bij afschrijving van de hoofdsom van een relevant kapitaalinstrument:
a) is de verlaging van deze hoofdsom permanent, behoudens een opwaardering in overeenstemming met het terugbetalingsmechanisme in artikel 46, lid 3;
b) resteert voor de houder van het relevante kapitaalinstrument geen verplichting uit hoofde van of in verband met de som die met betrekking tot dit instrument is afgeschreven, met uitzondering van alle reeds te betalen verplichtingen en elke schadevergoedingsverplichting die is ontstaan uit een beroep ingesteld ter betwisting van de rechtmatigheid van de uitoefening van de afschrijvingsbevoegdheid kunnen voortvloeien;
c) wordt aan houders van de relevante kapitaalinstrumenten wordt geen compensatie betaald, behalve in overeenstemming met lid 3.
Punt b) belet niet dat in overeenstemming met lid 3 tier 1-kernkapitaalinstrumenten aan een houder van relevante kapitaalinstrumenten worden verstrekt.
3. Met het oog op de omzetting van relevante kapitaalinstrumenten uit hoofde van lid 1, onder b), van dit artikel kunnen de afwikkelingsautoriteiten verlangen dat instellingen en entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) en d), tier 1-kernkapitaalinstrumenten verstrekken aan de houders van de relevante kapitaalinstrumenten. Voor het omzetten van relevante kapitaalinstrumenten moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
a) deze tier 1-kernkapitaalinstrumenten zijn uitgegeven door de instelling of de entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), of door een moederonderneming van de instelling of de entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), met de instemming van de afwikkelingsautoriteit van de instelling of de entiteit als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), of, indien van toepassing, de afwikkelingsautoriteit van de moederonderneming;
b) deze tier 1-kernkapitaalinstrumenten zijn uitgegeven voordat de instelling of in artikel 1, lid 1, onder b), c) of d), bedoelde entiteit aandelen of eigendomsinstrumenten heeft uitgegeven met het oog op de verschaffing van eigen vermogen door de staat of een overheidsentiteit;
c) deze tier 1-kernkapitaalinstrumenten zijn onmiddellijk na de uitoefening van de omzettingsbevoegdheid toegekend en overgedragen;
d) de omzettingskoers die bepaalt hoeveel tier 1-kernkapitaalinstrumenten in ruil voor elk relevant kapitaalinstrument worden verstrekt, voldoet aan de in artikel 50 neergelegde beginselen en aan alle richtsnoeren die de EBA overeenkomstig artikel 50, lid 4, heeft ontwikkeld.
4. Met het oog op de verstrekking van tier 1-kernkapitaalinstrumenten in overeenstemming met lid 3 kunnen de afwikkelingsautoriteiten voorschrijven dat de instellingen en entiteiten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), c) en d), te allen tijde de vereiste voorafgaande toestemming voor de uitgifte van het relevante aantal tier 1-kernkapitaalinstrumenten moeten handhaven.
5. Wanneer een instelling aan de afwikkelingsvoorwaarden voldoet en de afwikkelingsautoriteit besluit een afwikkelingsinstrument op deze instelling toe te passen, voldoet de afwikkelingsautoriteit aan het in artikel 59, lid 3, vastgelegde vereiste voordat zij tot de toepassing van het afwikkelingsinstrument overgaat.