Art. 33 Richtlijn 2014/59/EU, Afwikkelingsvoorwaarden voor financiële instellingen en holdings
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een in artikel 1, lid 1, onder b), bedoelde financiële instelling kunnen nemen indien aan de in artikel 32, lid 1, opgenomen voorwaarden is voldaan, zowel wat betreft de financiële instelling als wat betreft de moederonderneming waarop toezicht op geconsolideerde basis wordt uitgeoefend.
2. De lidstaten dragen er zorg voor dat de afwikkelingsautoriteiten een afwikkelingsmaatregel ten aanzien van een in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit kunnen nemen indien aan de in artikel 32, lid 1, opgenomen voorwaarden is voldaan, zowel wat betreft de in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit als wat betreft de dochteronderneming(en) die (een) instelling(en) is (zijn), of, als de dochteronderneming niet in de Unie is gevestigd, indien de autoriteit van het derde land heeft vastgesteld dat zij krachtens de wetgeving van dat derde land aan de voorwaarden voor afwikkeling voldoet.
3. Indien de dochterinstellingen van een gemengde holding direct of indirect in handen zijn van een financiële tussenholding, dragen de lidstaten er zorg voor dat ten aanzien van de financiële tussenholding afwikkelingsmaatregelen met het oog op de afwikkeling van een groep worden genomen, en nemen zij geen afwikkelingsmaatregelen met het oog op de afwikkeling van de groep ten aanzien van de gemengde holding.
4. Behoudens lid 3 van dit artikel, kunnen afwikkelingsautoriteiten niettegenstaande het feit dat een in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit mogelijk niet aan de in artikel 32, lid 1, gestelde voorwaarden voldoet, afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van een in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit nemen indien een of meer dochterondernemingen die instellingen zijn aan de in artikel 32, leden 1, 4 en 5, gestelde voorwaarden voldoen en in een dusdanige vermogenssituatie verkeren dat het falen een bedreiging vormt voor een instelling of de groep als geheel of indien er in het kader van het insolventierecht van de lidstaat een verplichting bestaat de groep als geheel te behandelen en het noodzakelijk is om ten aanzien van de in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit afwikkelingsmaatregelen te nemen die noodzakelijk zijn voor de afwikkeling van die dochterondernemingen die instellingen zijn, dan wel voor de afwikkeling van de groep als geheel.
Voor de toepassing van lid 2 en de eerste alinea van dit lid kunnen de afwikkelingsautoriteit van de instelling en de afwikkelingsautoriteit van de in artikel 1, lid 1, onder c) of d), bedoelde entiteit, wanneer zij beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 32, lid 1, is voldaan met betrekking tot een of meer dochterondernemingen die instellingen zijn, onderling overeenkomen om een eventuele overdracht van kapitaal of verliezen tussen de entiteiten binnen de groep, met inbegrip van de uitoefening van afschrijvings- of omzettingsbevoegdheden, te negeren.