Art. 5 Richtlijn 2014/49/EU, Niet in aanmerking komende deposito’s
1. Van terugbetaling door een depositogarantiestelsel zijn uitgesloten:
a) in eigen naam en voor eigen rekening door andere kredietinstellingen gestorte deposito’s, onverminderd artikel 7, lid 3, van deze richtlijn;
b) eigen vermogen als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 118), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
c) deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG;
d) deposito’s van financiële instellingen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 26), van Verordening (EU) nr. 575/2013;
e) deposito’s van beleggingsondernemingen als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1 van Richtlijn 2004/39/EG;
f) deposito’s waarvan de houder zich nooit heeft gelegitimeerd krachtens artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG, op het moment waarop deze niet-beschikbaar zijn geworden;
g) deposito’s van verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 13, punten 1 tot en met 6, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (15);
h) deposito’s van instellingen voor collectieve belegging;
i) deposito’s van pensioenfondsen;
j) deposito’s van overheden;
k) door een kredietinstelling uitgegeven schuldbewijzen en schulden die voortvloeien uit eigen accepten en promessen.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten ervoor zorgen dat de volgende deposito’s in aanmerking komen tot het in artikel 6, lid 1, van deze richtlijn neergelegde dekkingsniveau:
a) deposito’s die worden gehouden door persoonlijke pensioenregelingen of bedrijfspensioenregelingen van kleine of middelgrote ondernemingen;
b) deposito’s die worden gehouden door lokale overheden met een jaarbegroting van ten hoogste 500 000 EUR.
3. Lidstaten kunnen bepalen dat deposito’s die overeenkomstig het nationaal recht alleen kunnen worden vrijgegeven om een lening op een particulier onroerend eigendom af te betalen die is verstrekt door de kredietinstelling of door een andere instelling die houdster is van het deposito, worden uitgesloten van terugbetaling door een depositogarantiestelsel.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat de kredietinstellingen de in aanmerking komende deposito’s zodanig markeren dat die deposito’s onmiddellijk te identificeren zijn.