Art. 7 Richtlijn 2014/41/EU, Toezending van het EOB
1. De uitvaardigende autoriteit zendt het overeenkomstig artikel 5 ingevulde EOB toe aan de uitvoerende autoriteit, op zodanige wijze dat dit schriftelijk kan worden vastgelegd en de uitvoerende staat de echtheid ervan kan vaststellen.
2. Alle verdere officiële communicatie geschiedt rechtstreeks tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit.
3. Onverminderd artikel 2, onder d), kan iedere lidstaat één of, indien zijn rechtsorde daarin voorziet, meer centrale autoriteiten aanwijzen die de bevoegde autoriteiten zullen bijstaan. Een lidstaat kan, indien zijn rechterlijke organisatie zulks vereist, één of meer centrale autoriteiten belasten met de administratieve toezending en de ontvangst van de EOB's en de desbetreffende officiële correspondentie.
4. De uitvaardigende autoriteit kan EOB's toezenden via het telecommunicatiesysteem van het Europees justitieel netwerk (EJN), als opgericht bij Gemeenschappelijk Optreden 98/428/JBZ van de Raad (16).
5. Indien de identiteit van de uitvoerende autoriteit niet bekend is, wordt de uitvoerende staat door de uitvaardigende autoriteit langs alle mogelijke kanalen, waaronder de contactpunten van het EJN, om inlichtingen verzocht.
6. Indien de autoriteit in de uitvoerende staat die het EOB ontvangt, niet bevoegd is om het EOB te erkennen of om de nodige maatregelen te nemen om het ten uitvoer te leggen, zendt zij het EOB ambtshalve door aan de uitvoerende autoriteit en stelt zij de uitvaardigende autoriteit hiervan in kennis.
7. Alle moeilijkheden in verband met de toezending of de echtheid van een voor de tenuitvoerlegging van het EOB noodzakelijk document worden opgelost door middel van rechtstreekse contacten tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit of, in voorkomend geval, door toedoen van de centrale autoriteiten van de betrokken lidstaten.