Art. 90 Richtlijn 2014/25/EU, Beëindiging van opdrachten
De lidstaten dragen er zorg voor dat de aanbestedende instanties de mogelijkheid hebben, ten minste in de volgende omstandigheden en onder de voorwaarden bepaald door het toepasselijke nationale recht, opdrachten voor werken, leveringen of diensten te beëindigen tijdens de looptijd, wanneer blijkt dat:
a) de opdracht ingrijpend is gewijzigd waardoor een nieuwe aanbestedingsprocedure vereist zou zijn geweest op grond van artikel 89;
b) de aannemer, op het moment van de gunning van de opdracht, in een van de situaties als bedoeld in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU verkeerde en derhalve uitgesloten had moeten worden van de aanbestedingsprocedure op grond van artikel 80, lid 1, tweede alinea, van deze richtlijn;
c) de opdracht niet aan de aannemer had mogen worden gegund wegens een ernstige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van de Verdragen en deze richtlijn, welke door het Hof van Justitie van de Europese Unie als zodanig is aangemerkt in een procedure uit hoofde van artikel 258 VWEU.