Art. 33 Richtlijn 2014/25/EU, Onder een bijzondere regeling vallende opdrachten
1. Onverminderd artikel 34 van deze richtlijn zorgen de Republiek Oostenrijk en de Bondsrepubliek Duitsland er door middel van de machtigingsvoorwaarden of andere passende maatregelen voor dat elke instantie die in de Beschikking 2002/205/EG (35) en Beschikking 2004/73/EG (36) van de Commissie genoemde sectoren werkzaam is:
a) bij het plaatsen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten het discriminatieverbod en het beginsel van oproep tot mededinging in acht neemt, met name ten aanzien van de informatie die deze instantie de ondernemingen verstrekt met betrekking tot zijn voornemens inzake aanbestedingen;
b) de Commissie onder de in Beschikking 93/327/EEG van de Commissie (37), vastgestelde voorwaarden informatie verstrekt inzake de door hen gegunde opdrachten.
2. Onverminderd artikel 34 zorgt het Verenigd Koninkrijk er door middel van de machtigingsvoorwaarden of andere passende maatregelen voor dat elke instantie die in de in Beschikking 97/367/EEG genoemde sectoren werkzaam is, lid 1, onder a) en b), van dit artikel, naleeft met betrekking tot opdrachten die voor de uitoefening van die activiteiten worden gegund in Noord-Ierland.
3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op opdrachten die worden gegund voor de prospectie naar olie of gas.