Art. 47 Richtlijn 2014/23/EU, Wijzigingen in Richtlijn 92/13/EEG
Richtlijn 92/13/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 1, lid 1, wordt vervangen door:
„1. Deze richtlijn is van toepassing op opdrachten als bedoeld in Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad (*3) tenzij deze opdrachten overeenkomstig de artikelen 18 tot en met 24, artikelen 27 tot en met 30, artikel 34 of 55 van die richtlijn zijn uitgesloten.
Tot de opdrachten in de zin van deze richtlijn behoren opdrachten voor leveringen, werken en diensten, concessies voor werken en concessies voor diensten, raamovereenkomsten en dynamische aankoopsystemen.
Deze richtlijn is eveneens van toepassing op concessies die worden gegund door aanbestedende instanties, als bedoeld in Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad (*4) tenzij die opdrachten zijn uitgesloten overeenkomstig de artikelen 10, 12, 13, 14, 16, 17 en 25 van die richtlijn.
De lidstaten nemen met betrekking tot opdrachten die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU vallen, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen door de aanbestedende instanties genomen besluiten op doeltreffende wijze en vooral zo snel mogelijk beroep kan worden ingesteld overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 2 septies van deze richtlijn, op grond van het feit dat door die besluiten het Unierecht inzake overheidsopdrachten of de nationale voorschriften waarin dat Unierecht is omgezet, geschonden zijn
(*3) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243)."
(*4) Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1).”."
2) Artikel 2 bis, lid 2, wordt als volgt gewijzigd:
a) de eerste alinea wordt vervangen door:
„Het sluiten van de overeenkomst volgende op het besluit tot gunning van een onder Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU vallende opdracht kan niet geschieden vóór het verstrijken van een termijn van ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht per faxbericht of langs elektronische weg aan de betrokken inschrijvers en gegadigden is gezonden of, indien andere communicatiemiddelen worden gebruikt, vóór het verstrijken van een termijn van hetzij ten minste 15 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de betrokken inschrijvers en gegadigden is gezonden, of, hetzij van ten minste 10 kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht is ontvangen.”;
b) in de vierde alinea wordt het eerste streepje vervangen door:
„— een samenvattende beschrijving van de relevante redenen als bedoeld in artikel 75, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU behoudens artikel 75, lid 3, van die richtlijn of in artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2014/23/EU, behoudens de bepalingen van artikel 40, lid 2, van die richtlijn, en”.
3) Artikel 2 ter wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1:
i) wordt punt a) vervangen door:
„a) wanneer Richtlijn 2014/25/EU of, in voorkomend geval, Richtlijn 2014/23/EU geen voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie vereist;”;
ii) wordt punt c) vervangen door:
„c) wanneer het gaat om specifieke opdrachten op grond van een dynamiscaankoopsysteem overeenkomstig artikel 52 van Richtlijn 2014/25/EU.”;
b) in lid 2 het eerste en het tweede streepje vervangen door:
„— er een inbreuk is op artikel 52, lid 6, van Richtlijn 2014/25/EU, en
— de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of groter is dan de in artikel 15 van Richtlijn 2014/25/EU beschreven drempelbedragen.”.
4) Artikel 2 quater wordt „Richtlijn 2004/17/EG” vervangen door „Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU.”.
5) Artikel 2 quinquies wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1
i) wordt punt a) vervangen door:
„a) indien de aanbestedende instantie een opdracht heeft gegund zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie, zonder dat dit op grond van Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU is toegestaan”;
ii) wordt „Richtlijn 2004/17/EG” vervangen door „Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU”;
b) in lid 4 wordt het eerste streepje vervangen door:
„— de aanbestedende instantie van mening is dat de gunning van een opdracht zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie op grond van Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU is toegestaan;”;
c) in lid 5 wordt het eerste streepje vervangen door:
„— de aanbestedende dienst van oordeel is dat de gunning van een opdracht in overeenstemming is met artikel 52, lid 6, van Richtlijn 2014/25/EU,”.
6) In artikel 2 septies, lid 1, wordt punt a) vervangen door:
„a) voor er minstens 30 kalenderdagen zijn verstreken na de dag na de datum waarop
— de aanbestedende instantie de aankondiging van de gegunde opdracht bekendmaakte overeenkomstig de artikelen 70 en 71 van Richtlijn 2014/25/EU of de artikelen 31 en 32 van Richtlijn 2014/23/EU op voorwaarde dat deze aankondiging ook de rechtvaardiging bevat van de beslissing van de aanbestedende instantie om de opdracht te gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging in het Publicatieblad van de Europese Unie, of
— de aanbestedende instantie de betrokken inschrijvers en gegadigden in kennis stelde van de sluiting van de overeenkomst, op voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld gaat van een samenvattende beschrijving van de relevante redenen beschreven in artikel 75, lid 2, van Richtlijn 2014/25/EU, onder voorbehoud van artikel 75, lid 3, van die richtlijn of in artikel 40, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2014/23/EU, behoudens artikel 40, lid 2, van die richtlijn. Deze optie is ook van toepassing op de in artikel 2 ter, onder c), eerste alinea, bedoelde gevallen;”.
7) In artikel 8 wordt lid 1 vervangen door:
„1. De Commissie kan de procedure voorzien in de leden 2 tot en met 5 hanteren wanneer zij, vóór de sluiting van een overeenkomst, van oordeel is dat er een ernstige inbreuk op de Uniewetgeving inzake overheidsopdrachten is gepleegd tijdens een gunningsprocedure die binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2014/25/EU of Richtlijn 2014/23/EU valt, dan wel met betrekking tot artikel 26, lid 1,van Richtlijn 2014/25/EU voor de aanbestedende instanties waarop die bepaling van toepassing is.”.