Art. 13 Verordening (EU) nr. 1380/2013, Noodmaatregelen van lidstaten

Verordening (EU) nr. 1380/2013

1. Indien er aanwijzingen zijn voor een onmiddellijke actie vereisende, ernstige bedreiging voor de instandhouding van biologische rijkdommen van de zee of voor het mariene ecosysteem die verband houdt met visserijactiviteiten in wateren die onder de soevereiniteit of jurisdictie van een lidstaat vallen, kan de lidstaat noodmaatregelen vaststellen om deze bedreiging tegen te gaan. Deze maatregelen zijn verenigbaar met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen en ten minste even stringent als de in het Unierecht vastgestelde maatregelen. Deze maatregelen zijn voor een periode van ten hoogste drie maanden van toepassing.

2. Indien door een lidstaat vast te stellen noodmaatregelen gevolgen kunnen hebben voor vissersvaartuigen van andere lidstaten, worden zij pas vastgesteld nadat de Commissie, de betrokken lidstaten en de betrokken adviesraden zijn geraadpleegd over een ontwerp van de maatregelen, vergezeld van een toelichting. De raadplegende lidstaat kan voor de dergelijke raadpleging een redelijke termijn bepalen, die echter niet korter is dan één maand.

3. Indien de Commissie van oordeel is dat een overeenkomstig dit artikel vastgestelde maatregel niet voldoet aan de voorwaarden van lid 1, kan zij, met vermelding van de redenen daartoe, de betrokken lidstaat verzoeken die maatregel te wijzigen of in te trekken.