Art. 5 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Een netwerk dat efficiënt omspringt met hulpbronnen

Verordening (EU) nr. 1315/2013

1. Het trans-Europees vervoersnetwerk wordt gepland, ontwikkeld en geëxploiteerd met oog voor een efficiënt gebruik van hulpbronnen door:

a) bestaande vervoersinfrastructuur te ontwikkelen, te verbeteren en te onderhouden;

b) de integratie van de infrastructuur en onderlinge verbindingen te optimaliseren;

c) nieuwe technologieën en telematicatoepassingen in te voeren, indien het inzetten daarvan economisch gerechtvaardigd is;

d) rekening te houden met mogelijke synergieën met andere netwerken, in het bijzonder de trans-Europese energie- en/of telecommunicatienetwerken;

e) de strategische milieueffecten, mede door de opstelling van passende plannen en programma's, alsook de effecten van klimaatverandering te beoordelen;

f) maatregelen te nemen om de infrastructuurcapaciteit te plannen en waar nodig uit te breiden;

g) gepaste aandacht te schenken aan de kwetsbaarheid van de vervoersinfrastructuur voor veranderende klimaatomstandigheden en voor natuurrampen en door menselijk toedoen veroorzaakte rampen, teneinde op die mogelijke gebeurtenissen voorbereid te zijn.

2. Bij de planning en de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk houden de lidstaten rekening met de specifieke omstandigheden in de verscheidene delen van de Unie, zoals in het bijzonder de toeristische aspecten en topografische eigenschappen van de betrokken regio's. Zij kunnen de gedetailleerde tracéwijzigingen van trajecten aanpassen binnen de in artikel 49, lid 4, punt c), vermelde grenzen, waarbij zij erop toezien dat de voorschriften van deze verordening worden nageleefd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen