Art. 49 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Bijwerken en rapporteren
Verordening (EU) nr. 1315/2013
1. De lidstaten houden de Commissie regelmatig en op alomvattende en transparante wijze op de hoogte van de voortgang bij de uitvoering van projecten en de daartoe gedane investeringen. Dit houdt onder meer in dat de lidstaten de Commissie jaarlijks, voor zover mogelijk via het interactieve geografische en technische informatiesysteem voor het trans-Europees vervoersnetwerk (TENtec), gegevens toezenden. Het omvat alle relevante gegevens betreffende projecten van gemeenschappelijk belang die financiering van de Unie ontvangen.
De Commissie zorgt ervoor dat TENtec openbaar en gemakkelijk toegankelijk is en dat het projectspecifieke en actuele informatie bevat over de vormen en bedragen van medefinanciering door de Unie, alsook over de voortgang van elk project.
De Commissie zorgt ervoor dat TENtec geen informatie openbaar maakt die van commercieel vertrouwelijke aard is of die een in een lidstaat lopende procedure voor overheidsopdrachten nadelig of onrechtmatig zou kunnen beïnvloeden.
De Commissie stelt informatie beschikbaar betreffende de krachtens ander Unierecht verstrekte financiële bijstand, zoals bijstand uit het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en Horizon 2020, en bijstand in de vorm van leningen en financieringsinstrumenten van de Europese Investeringsbank.
2. De lidstaten bezorgen de Commissie samenvattingen van nationale plannen en programma's die zij opstellen met het oog op de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk. Zodra deze zijn aangenomen, sturen de lidstaten ze ter informatie naar de Commissie.
3. Vanaf 21 december 2013 publiceert de Commissie om de twee jaar een voortgangsrapport over de uitvoering ervan, dat ter informatie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's wordt voorgelegd. Het rapport vermeldt hoe de verschillende in lid 1 vermelde vormen van financiële bijstand worden gebruikt voor de verschillende vervoerswijzen en voor andere onderdelen van het kernnetwerk en het uitgebreide netwerk in elke lidstaat.
In het rapport wordt voorts de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk geanalyseerd. Ook bevat het rapport informatie over de door de Commissie verrichte coördinatie van alle vormen van financiële bijstand met het oog op een coherente toepassing van de -richtsnoeren overeenkomstig de doelstellingen en prioriteiten van het netwerk.
4. Behoudens artikel 172, tweede alinea, VWEU, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 53 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I en bijlage II, om deze aan te passen aan eventuele veranderingen die voorvloeien uit de in artikelen 14, 20, 24 en 27 van deze verordening vastgestelde kwantitatieve drempels. Wanneer de Commissie de bijlagen wijzigt:
a) voegt zij de logistieke platforms, goederenterminals, overslagterminals voor weg- en spoorvervoer, binnenhavens, zeehavens en luchthavens waarvan is aangetoond dat het meest recente tweejaarlijkse gemiddelde van hun verkeersvolume de betreffende drempel overschrijdt, aan het uitgebreide netwerk toe;
b) schrapt zij de logistieke platforms, goederenterminals, overslagterminals voor weg- en spoorvervoer, binnenhavens, zeehavens en luchthavens waarvan is aangetoond dat het gemiddelde van hun verkeersvolume voor de voorbije zes jaar onder de relevante drempel ligt, uit het uitgebreide netwerk;
c) past zij de kaarten met de wegeninfrastructuur, spoorwegeninfrastructuur en de binnenvaartinfrastructuur aan, in een zeer beperkte mate zodanig dat het de voortgang inzake de voltooiing van het netwerk weergeeft. Bij de aanpassing van de kaarten brengt de Commissie geen tracéwijzigingen aan die verder gaan dan hetgeen volgens de vergunningsprocedure voor het project is toegestaan.
De in de punten a) en b) bedoelde wijzigingen worden gebaseerd op de jongste beschikbare statistieken van Eurostat of, indien deze statistieken niet beschikbaar zijn, van de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten. De in punt c), bedoelde wijzigingen worden gebaseerd op door de betrokken lidstaat overeenkomstig lid 1 verstrekte informatie.
5. Projecten van gemeenschappelijk belang die recentelijk bij gedelegeerde handeling aan het trans-Europees netwerk zijn toegevoegd, zijn subsidiabel overeenkomstig artikel 7, lid 5, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de overeenkomstig lid 4 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Projecten van gemeenschappelijk belang die recentelijk uit het trans-Europees netwerk zijn geschrapt, komen niet meer in aanmerking vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomstig lid 4 van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen. Dat infrastructuur niet langer subsidiabel is, laat vóór die datum door de Commissie genomen beslissingen over financiering en subsidies onverlet.
6. Behoudens artikel 172, tweede alinea, VWEU, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 53 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage I teneinde daarin indicatieve kaarten van buurlanden op te nemen of aan te passen op basis van overeenkomsten op hoog niveau tussen de Unie en de betrokken buurlanden.