Art. 39 Verordening (EU) nr. 1315/2013, Infrastructuureisen

Verordening (EU) nr. 1315/2013

1. Met het oog op een hulpbronnenefficiënt gebruik van de infrastructuur voor personen- en voor goederenvervoer en op het aanbieden van voldoende capaciteit, wordt rekening gehouden met innoverende technologieën, telematicatoepassingen, en regulerings- en bestuursmaatregelen voor het beheer van het infrastructuurgebruik.

2. De infrastructuur van het kernnetwerk voldoet aan de in hoofdstuk II uiteengezette eisen. Onverminderd lid 3 voldoet de infrastructuur van het kernnetwerk daarnaast aan de volgende eisen:

a) met betrekking tot spoorwegeninfrastructuur:

i) volledige elektrificatie van de sporen en, voor zover noodzakelijk voor de exploitatie van elektrische treinen, de rangeersporen;

ii) goederenspoorlijnen van het kernnetwerk als vermeld in bijlage I: een minimale aslast van 22,5 t, een lijnsnelheid van 100 km/u, en de mogelijkheid treinen met een lengte van 740 m te laten rijden;

iii) volledige implementatie van het ERTMS;

iv) nominale spoorbreedte voor nieuwe spoorlijnen: 1 435 mm, behalve in het geval van een nieuwe lijn die een uitbreiding is van een netwerk waarvan de spoorbreedte afwijkt van en los staat van het hoofdspoornet in de Unie.

Geïsoleerde netwerken genieten vrijstelling van de in de punten i), ii) en iii) bedoelde eisen;

b) met betrekking tot binnenvaart- en zeevaartinfrastructuur:

— beschikbaarheid van alternatieve schone brandstoffen;

c) met betrekking tot wegeninfrastructuur:

— de eisen die voortvloeien uit artikel 17, lid 3, punt a) of punt b);

— de aanleg van rustplaatsen langs autosnelwegen op ongeveer 100 km afstand van elkaar, in overeenstemming met de behoeften van de samenleving, van de markt en van het milieu, teneinde onder meer te voorzien in adequate parkeergelegenheid voor het commerciële vervoer, met een adequaat veiligheids- en beveiligingsniveau;

— beschikbaarheid van alternatieve schone brandstoffen;

d) met betrekking tot luchtvaartinfrastructuur:

— de mogelijkheid om alternatieve schone brandstoffen ter beschikking te stellen.

3. Onverminderd Richtlijn 2008/57/EG kan de Commissie, op verzoek van een lidstaat, met betrekking tot spoorwegeninfrastructuur in terdege gemotiveerde gevallen vrijstellingen van de eisen inzake treinlengte, ERMTS, asbelasting, elektrificatie en lijnsnelheid verlenen.

Op verzoek van een lidstaat kan de Commissie met betrekking tot spoorwegeninfrastructuur in terdege gemotiveerde gevallen vrijstellingen van het bepaalde in artikel 17, lid 3, punt a) of punt b), verlenen op voorwaarde dat een adequaat veiligheidsniveau gewaarborgd is.

De in dit lid bedoelde terdege gemotiveerde gevallen omvatten de gevallen waarin de investeringen in infrastructuur vanuit een sociaal-economisch kosten/batenoogpunt niet te rechtvaardigen zijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen