Art. 50 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Investeringen
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. Er mag steun worden verleend voor materiële of immateriële investeringen in verwerkingsinstallaties, en de infrastructuur van wijnhuizen en afzetstructuren en -instrumenten. Deze investeringen zijn bedoeld om de totale prestatie en de aanpassing aan de marktvraag van de onderneming te verbeteren en om het concurrentievermogen te versterken, en hebben betrekking op de productie of de afzet van wijnbouwproducten, bedoeld in bijlage VII, deel II, mede met oog op verbetering van de energiebesparingen, de algemene energie-efficiëntie, alsook duurzame procedés.
2. De in lid 1 bedoelde steun, wat de maxima betreft,
a) wordt beperkt tot kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (24);
b) mag daarnaast worden verleend aan alle ondernemingen in de in artikel 349 VWEU vermelde ultraperifere gebieden en aan de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013 van het Europees Parlement en de Raad (25).
Voor ondernemingen die niet onder artikel 2, lid 1, van titel I van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG vallen en minder dan 750 werknemers of een omzet van minder dan 200 miljoen euro hebben, wordt de maximale steunintensiteit gehalveerd.
De steun wordt niet verleend aan ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de communautaire richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden (26).
3. De kosten, bedoeld in artikel 69, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, worden niet als subsidiabele uitgaven beschouwd.
4. Met betrekking tot de subsidiabele investeringskosten zijn wat de steun betreft de volgende maximumpercentages van toepassing voor de bijdrage van de Unie:
a) 50 % in minder ontwikkelde gebieden;
b) 40 % in andere dan minder ontwikkelde gebieden;
c) 75 % in de in artikel 349 VWEU vermelde ultraperifere gebieden;
d) 65 % op de kleinere eilanden van de Egeïsche Zee, als gedefinieerd in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 229/2013.
5. Artikel 71 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 is van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 van dit artikel bedoelde steun.