Art. 130 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Onttrekking van suiker aan de markt

Verordening (EU) nr. 1308/2013

1. Om te voorkomen dat de prijzen in de interne markt instorten en om het hoofd te bieden aan bepaalde situaties van overproductie op basis van de geraamde voorzieningsbalans, en rekening houdend met de verplichtingen die voor de Unie voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 218 VWEU gesloten internationale overeenkomsten, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen om die hoeveelheden in het kader van de quota geproduceerde suiker of isoglucosedie de overeenkomstig lid 2 berekende drempel overschrijden, voor een bepaald verkoopseizoen aan de markt te onttrekken.

2. Voor elke onderneming die over een quotum beschikt, wordt de in lid 1 bedoelde onttrekkingsdrempel berekend door haar quotum te vermenigvuldigen met een coëfficiënt. De Commissie kan uiterlijk op 28 februari van het voorafgaande verkoopseizoen uitvoeringshandelingen vaststellen waarmee deze coëfficiënt voor een verkoopseizoen wordt vastgesteld op basis van de verwachte markttendensen.

Op basis van geactualiseerde markttendensen kan de Commissie uiterlijk op 31 oktober van het betrokken verkoopseizoen uitvoeringshandelingen vaststellen om de coëfficiënt aan te passen of, indien uit hoofde van de eerste alinea geen coëfficiënt is vastgesteld, alsnog een coëfficiënt vast te stellen.

3. Elke onderneming die over een quotum beschikt, slaat de suiker die binnen haar quotum boven de overeenkomstig lid 2 berekende drempel wordt geproduceerd, op eigen kosten op tot het begin van het volgende verkoopseizoen. De in een verkoopseizoen aan de markt onttrokken hoeveelheden suiker, isoglucose of inulinestroop worden behandeld als de eerste hoeveelheden die worden geproduceerd binnen het quotum voor het volgende verkoopseizoen.

In afwijking van de eerste alinea en met inachtneming van de verwachte tendensen op de suikermarkt, kan de Commissie evenwel uitvoeringshandelingen vaststellen om alle aan de markt onttrokken suiker, isoglucose of inulinestroop dan wel een deel daarvan voor het lopende of het volgende verkoopseizoen, of beide verkoopseizoenen, te beschouwen als:

a) overtollige suiker, overtollige isoglucose of overtollige inulinestroop die beschikbaar is om industriële suiker, industriële isoglucose of industriële inulinestroop te worden; of

b) tijdelijke quotumproductie waarvan een deel kan worden gereserveerd voor uitvoer met inachtneming van de verbintenissen van de Unie die voortvloeien uit de overeenkomstig het VWEU gesloten internationale overeenkomsten.

4. Als de suikervoorziening in de Unie ontoereikend is, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen dat een bepaalde hoeveelheid aan de markt onttrokken suiker, isoglucose of inulinestroop vóór het einde van de periode van onttrekking aan de markt op de markt van de Unie mag worden verkocht.

5. Wanneer aan de markt onttrokken suiker wordt behandeld als de eerste suikerproductie van het volgende verkoopseizoen, wordt aan de bietenproducenten de minimumprijs van dat verkoopseizoen, als bedoeld in artikel 135, betaald.

Wanneer aan de markt onttrokken suiker industriële suiker wordt of wordt uitgevoerd overeenkomstig lid 3, tweede alinea, onder a) of b), zijn de voorschriften van artikel 135 betreffende de minimumprijs niet van toepassing.

Wanneer aan de markt onttrokken suiker vóór het einde van de periode van onttrekking aan de markt op de markt van de Unie wordt verkocht overeenkomstig lid 4, wordt aan de bietenproducenten de minimumprijs van het lopende verkoopseizoen betaald.

6. De op grond van het onderhavige artikel vastgestelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.