Art. 18 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Procedure voor de maandelijkse betalingen
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 51 en 52 worden de maandelijkse betalingen door de Commissie uitgekeerd voor de uitgaven die de erkende betaalorganen van de lidstaten in de referentiemaand hebben verricht.
2. De maandelijkse betalingen worden aan een lidstaat verricht uiterlijk op de derde werkdag van de tweede maand na de maand waarin de uitgaven zijn gedaan. Uitgaven die door de lidstaten zijn gedaan in de periode van 1 tot en met 15 oktober, worden beschouwd als uitgaven die in de maand oktober zijn gedaan. De uitgaven die in de periode van 16 tot en met 31 oktober zijn gedaan, worden beschouwd als uitgaven die in de maand november zijn gedaan.
3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de door haar te verrichten maandelijkse betalingen worden bepaald op basis van een uitgavendeclaratie van de lidstaten en de overeenkomstig artikel 102, lid 1, verstrekte informatie, en met inachtneming van de krachtens artikel 41 toegepaste verlagingen of schorsingen en van andere correcties. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.
4. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen, zonder de in artikel 116 bedoelde procedure toe te passen, waarbij aanvullende betalingen of inhoudingen worden vastgelegd. In dergelijke gevallen wordt het in artikel 116, lid 1, bedoelde comité in zijn eerstvolgende vergadering daarvan in kennis gesteld.