Art. 59 Verordening (EU) nr. 1305/2013, Bijdrage uit het Fonds
Verordening (EU) nr. 1305/2013
1. In het besluit tot goedkeuring van een plattelandsontwikkelingsprogramma wordt de maximumbijdrage uit het ELFPO aan het programma vastgesteld. In voorkomend geval worden de kredieten die worden toegewezen aan minder ontwikkelde regio's, in het besluit duidelijk als zodanig vermeld.
2. De bijdrage uit het ELFPO wordt berekend op basis van het bedrag aan subsidiabele overheidsuitgaven.
3. De plattelandsontwikkelingsprogramma's stellen één ELFPO-bijdragepercentage vast die op alle maatregelen van toepassing is. Waar van toepassing wordt een afzonderlijke procentuele ELFPO-bijdragepercentage vastgesteld voor minder ontwikkelde regio's, voor de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee in de zin van Verordening (EEG) nr. 2019/93, en voor overgangsregio's. Het maximale procentuele ELFPO-bijdragepercentage bedraagt:
a) 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de minder ontwikkelde regio's en in de ultraperifere gebieden en de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee in de zin van Verordening (EEG) nr. 2019/93;
b) 75 % van de subsidiabele overheidsuitgaven voor alle regio's met een bbp per inwoner voor de periode 2007-2013 van minder dan 75 % van het gemiddelde van de EU-25 voor de referentieperiode, maar met een bbp per inwoner van meer dan 75 % van het gemiddelde bbp van de EU-27;
c) 63 % van de subsidiabele overheidsuitgaven voor andere overgangsregio's dan de onder b) vermelde;
d) 53 % van de subsidiabele overheidsuitgaven in de overige regio's.
Het minimale ELFPO-bijdragepercentage bedraagt 20 %.
4. In afwijking van lid 3 bedraagt het maximale ELFPO-bijdragepercentage:
a) 80 % voor de in de artikelen 14, 27 en 35 bedoelde maatregelen, voor de in artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde plaatselijke ontwikkeling in het kader van LEADER en voor acties overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder a), i). Dat percentage kan worden verhoogd tot maximaal 90 % voor de programma's van minder ontwikkelde regio's, de ultraperifere gebieden, de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee in de zin van Verordening (EEG) nr. 2019/93 en voor overgangsregio's bedoeld in lid 3, onder b) en c);
b) 75 % voor concrete acties die bijdragen tot de verwezenlijking van milieudoelstellingen en doelstellingen van mitigatie van en adaptatie aan klimaatverandering, conform artikel 17, artikel 21, lid 1, onder a) en b), en de artikelen 28, 29, 30, 31 en 34;
c) 100 % voor de financieringsinstrumenten op Unieniveau als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013;
d) het bijdragepercentage voor de betrokken maatregel, verhoogd met een extra 10 procentpunten voor bijdragen aan financieringsinstrumenten als bedoeld in artikel 38, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1303/2013;
e) 100 % voor concrete acties die worden gefinancierd met financiële middelen die aan het ELFPO zijn overgedragen op grond van artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
f) 100 % voor een bedrag van 500 miljoen EUR, in prijzen van 2011, toegewezen aan Portugal en voor een bedrag van 7 miljoen EUR, in prijzen van 2011, toegewezen aan Cyprus, op voorwaarde dat deze lidstaten overeenkomstig de artikelen 136 en 143 VWEU financiële bijstand krijgen op 1 januari 2014 of daarna, tot 2016 wanneer de toepassing van deze bepaling opnieuw zal worden beoordeeld;
g) voor lidstaten die op 1 januari 2014 of daarna financiële bijstand krijgen overeenkomstig de artikelen 136 en 143 VWEU, kan het ELFPO-bijdragepercentage dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 24, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 worden verhoogd met maximaal een extra 10 procentpunten tot maximaal 95 % in totaal, voor uitgaven die deze lidstaten moeten doen in de eerste twee jaren van uitvoering van het programma voor plattelandsontwikkeling. Het ELFPO-bijdragepercentage dat zonder deze afwijking zou gelden, wordt echter wel gehandhaafd voor de totale overheidsuitgave tijdens de programmeringsperiode.
5. Ten minste 5 %, en in het geval van Kroatië 2,5 %, van de totale ELFPO-bijdrage aan het plattelandsontwikkelingsprogramma wordt voorbehouden voor LEADER.
6. Ten minste 30 % van de totale ELFPO-bijdrage aan het plattelandsontwikkelingsprogramma wordt voorbehouden voor maatregelen in het kader van artikel 17, wat milieu- en klimaatgerelateerde investeringen betreft, de artikelen 21, 28, 29 en 30, met uitzondering van betalingen in verband met de kaderrichtlijn water, en de artikelen 31, 32 en 34.
De eerste alinea geldt niet voor de ultraperifere gebieden en de overzeese gebieden van de lidstaten.
7. Indien een lidstaat zowel een nationaal programma als een reeks regionale programma's indient, gelden leden 5 en 6 niet voor het nationale programma. Bij de berekening van het in leden 5 en 6 bedoelde percentage voor elk regionaal programma, wordt rekening gehouden met de ELFPO-bijdrage aan het nationale programma rekening gehouden in verhouding tot het aandeel van dat regionale programma in de nationale toewijzing.
8. Voor uitgaven die worden medegefinancierd uit het ELFPO, vindt geen medefinanciering plaats in de vorm van bijdragen uit de Structuurfondsen, uit het Cohesiefonds of uit enig ander financieringsinstrument van de Unie.
9. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, moeten overheidsuitgaven voor steun aan ondernemingen binnen de steunbegrenzingen blijven die voor staatssteun zijn vastgesteld.