Art. 56 Verordening (EU) nr. 1303/2013, Evaluatie tijdens de programmeringsperiode

Verordening (EU) nr. 1303/2013

1. De managementautoriteit of de lidstaat stelt voor elk programma een evaluatieplan op, dat meer dan één programma kan bestrijken. Het plan wordt overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften ingediend.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat passende evaluatiecapaciteit beschikbaar is.

3. Tijdens de programmeringsperiode zorgt de managementautoriteit ervoor dat voor elk programma evaluaties worden uitgevoerd op basis van het evaluatieplan, met inbegrip van evaluaties van de doeltreffendheid, de doelmatigheid en het effect, en dat aan elke evaluatie overeenkomstig de fondsspecifieke voorschriften een passend gevolg wordt gegeven. Tijdens de programmeringsperiode wordt ten minste een keer geëvalueerd hoe de steun uit de ESI-fondsen heeft bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor elke prioriteit. Alle evaluaties worden door het toezichtcomité onderzocht en naar de Commissie gezonden.

4. De Commissie kan op eigen initiatief evaluaties van programma's uitvoeren. Zij stelt de managementautoriteit hiervan in kennis; de resultaten worden aan de managementautoriteit toegezonden en aan het betrokken toezichtcomité verstrekt.

5. De leden 1, 2 en 3 gelden niet voor de in artikel 39, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde specifieke programma’s.

Vorige artikelen

Volgende artikelen