Art. 142 Verordening (EU) nr. 1303/2013, Schorsing van betalingen
Verordening (EU) nr. 1303/2013
1. De Commissie kan de tussentijdse betalingen op het niveau van prioriteiten of operationele programma's geheel of gedeeltelijk schorsen als aan een of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de doeltreffende werking van het beheers- en controlesysteem van het operationele programma vertoont ernstige tekortkomingen die de bijdrage van de Unie aan het operationele programma in gevaar brengen, en waarvoor geen correctiemaatregelen zijn genomen;
b) uitgaven in een uitgavenstaat verband houden met een onregelmatigheid met ernstige financiële gevolgen waarvoor geen corrigerende maatregelen zijn genomen;
c) de lidstaat heeft nagelaten de nodige maatregelen te nemen om een einde te maken aan de situatie op grond waarvan de betalingen krachtens artikel 83 zijn uitgesteld;
d) de kwaliteit en betrouwbaarheid van het toezichtsysteem of de gegevens over gemeenschappelijke en specifieke indicatoren ernstige tekortkomingen vertonen;
e) de maatregelen om aan een ex-antevoorwaarde te voldoen onder de in artikel 19 genoemde voorwaarden zijn niet voltooid;
f) een evaluatie van de prestaties voor een prioriteit heeft uitgewezen dat die prioriteit ernstig is achtergebleven bij het bereiken van de mijlpalen ervan die verband houden met financiële en outputindicatoren en belangrijkste uitvoeringsfasen onder de in artikel 22 genoemde voorwaarden.
In de fondsspecifieke voorschriften voor het EFMZV kunnen specifieke gronden voor de schorsing van betalingen worden vastgesteld in verband met de niet-naleving van regels die gelden uit hoofde van het gemeenschappelijk visserijbeleid, die proportioneel moeten zijn, rekening houdend met de aard, ernst, duur en herhaling van de niet-naleving.
2. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten de tussentijdse betalingen geheel of gedeeltelijk te schorsen nadat zij de lidstaat in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken.
3. De Commissie heft de gehele of gedeeltelijke schorsing van de tussentijdse betalingen op als de lidstaat de nodige maatregelen heeft genomen om opheffing van de schorsing mogelijk te maken.