Art. 131 Verordening (EU) nr. 1303/2013, Betalingsaanvragen

Verordening (EU) nr. 1303/2013

1. In betalingsaanvragen wordt voor elke prioriteit het volgende opgenomen:

a) het totaalbedrag van door begunstigden gedane subsidiabele uitgaven dat is betaald voor de uitvoering van concrete acties, zoals opgenomen in het boekhoudsysteem van de certificeringsautoriteit;

b) het totaalbedrag van voor de uitvoering van concrete acties betaalde overheidsuitgaven, zoals opgenomen in het boekhoudsysteem van de certificeringsautoriteit;

2. Subsidiabele uitgaven die in een betalingsaanvraag worden opgenomen, worden gestaafd door vereffende facturen of boekhoudkundige documenten met gelijkwaardige bewijskracht, met uitzondering van de vormen van steun overeenkomstig artikel 67, lid 1, eerste alinea, onder b), c) en d), artikel 68, artikel 69, lid 1, en artikel 109 van deze verordening, alsook overeenkomstig artikel 14 van de ESF-verordening. In een betalingsaanvraag voor die vormen van steun worden de kosten opgenomen als berekend volgens de toepasselijke grondslag.

3. In geval van steunregelingen krachtens artikel 107 VWEU moet de overheidsbijdrage die overeenkomt met de in een betalingsaanvraag vermelde uitgaven door de steunverlenende instantie aan de begunstigden zijn betaald.

4. In afwijking van lid 1 kan, in geval van staatssteun, de betalingsaanvraag voorschotten omvatten die door de steunverlenende instantie aan de begunstigde zijn betaald, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:

a) voor die voorschotten moet een garantie van een bank of een andere financiële instelling, gevestigd in een van de lidstaten, worden verstrekt, of zij moeten gedekt zijn door een voorziening die door een overheidsinstantie of door de lidstaat als garantie is verstrekt;

b) die voorschotten mogen niet meer bedragen dan 40 % van het totaalbedrag van de aan een begunstigde voor een bepaalde concrete actie te verlenen steun;

c) die voorschotten moeten worden gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden voor de uitvoering van de concrete actie en moeten uiterlijk binnen drie jaar na het jaar waarin het voorschot is betaald en of, indien dit vroeger is, op 31 december 2023 worden verantwoord door vereffende rekeningen of boekhoudkundige stukken met gelijkwaardige bewijskracht, zoniet moet de volgende betalingsaanvraag dienovereenkomstig worden gecorrigeerd.

5. Bij iedere betalingsaanvraag die voorschotten van de soort als bedoeld in lid 4 omvat, worden het totaalbedrag dat als voorschot uit het operationele programma is betaald, het bedrag dat is gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden binnen drie jaar na de betaling van het voorschot overeenkomstig lid 4, onder c), en het bedrag dat niet is gebruikt voor de uitgaven van de begunstigden en waarvoor de termijn van drie jaar nog niet is verstreken, afzonderlijk vermeld.

6. De Commissie stelt, om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van dit artikel, uitvoeringshandelingen vast ter vastlegging van het model voor betalingsaanvragen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 1450 lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen