Art. 6 Verordening (EU) nr. 1291/2013, Begroting
Verordening (EU) nr. 1291/2013
1. De financiële middelen voor de tenuitvoerlegging van Horizon 2020 worden vastgesteld op 77 028,3 miljoen EUR in lopende prijzen, waarvan een maximumbedrag van 74 316,9 miljoen EUR wordt toegewezen aan activiteiten in het kader van titel XIX VWEU.
De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en door de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.
2. Het bedrag voor activiteiten in het kader van titel XIX VWEU wordt als volgt verdeeld over de prioriteiten genoemd in artikel 5, lid 2, van deze verordening:
a) Excellente wetenschap, 24 441,1 miljoen EUR in lopende prijzen;
b) Industrieel leiderschap, 17 015,5 miljoen EUR in lopende prijzen;
c) Maatschappelijke uitdagingen, 29 679 miljoen EUR in lopende prijzen.
Het totale maximumbedrag van de financiële bijdrage van de Unie uit Horizon 2020 aan de specifieke doelstellingen vervat in artikel 5, lid 3, en aan de niet-nucleaire eigen acties van het JRC is als volgt
i) Het verspreiden van excellentie en het verbreden van de deelname, 816,5 miljoen EUR in lopende prijzen;
ii) Wetenschap met en voor de samenleving, 462,2 miljoen EUR in lopende prijzen;
iii) Niet-nucleaire eigen acties van het JRC, 1 902,6 miljoen EUR in lopende prijzen.
De indicatieve verdeling over de in artikel 5, leden 2 en 3, vervatte prioriteiten en specifieke doelstellingen i opgenomen in Bijlage II.
3. Het EIT wordt uit Horizon 2020 gefinancierd ten bedrage van maximaal 2 711,4 in lopende prijzen, als beschreven in bijlage II.
4. De financiële middelen voor Horizon 2020 kunnen de kosten dekken in verband met voorbereiding, bewaking, toezicht, audits en evaluaties die noodzakelijk zijn voor het beheer van Horizon 2020 en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met name studies en vergaderingen van deskundigen, voor zover deze betrekking hebben op de doelstellingen van Horizon 2020, kosten in verband met computernetwerken voor de verwerking en uitwisseling van informatie, en alle andere uitgaven voor technische en administratieve bijstand die de Commissie heeft verricht voor het beheer van Horizon 2020.
Indien nodig en mits naar behoren gemotiveerd kunnen kredieten in de Horizon 2020-begroting na 2020 worden opgenomen om uitgaven voor technische en administratieve bijstand te dekken, met het oog op het beheer van de acties die op 31 december 2020 nog niet zijn afgerond. Horizon 2020 strekt niet tot financiering van de opstelling of de uitvoering van het Galileo-programma, het Copernicus-programma of de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER.
5. Om in te spelen op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften, kan de Commissie naar aanleiding van de in artikel 32, lid 3, bedoelde tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 en de in artikel 32, lid 2, bedoelde resultaten van de evaluatie van het EIT, in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure overgaan tot een herziening van de in lid 2 van dit artikel vastgelegde bedragen voor de prioriteiten en de specifieke doelstellingen "excellentie verspreiden en deelname verbreden" en "wetenschap met en voor de samenleving", van de in bijlage II vastgelegde indicatieve verdeling over de specifieke doelstellingen binnen deze prioriteiten, en van de in lid 3 van dit artikel omschreven bijdrage aan het EIT. De Commissie mag onder dezelfde voorwaarden overgaan tot kredietoverschrijvingen tussen de diverse prioriteiten en specifieke doelstellingen, en ook wat betreft het EIT, tot een maximum van 7,5 % van de totale initiële toewijzing voor elke prioriteit en voor de specifieke doelstellingen "excellentie verspreiden en deelname verbreden" en "wetenschap met en voor de samenleving", en tot een maximum van 7,5 % van de initiële indicatieve verdeling per specifieke doelstelling, en tot een maximum van 7,5 % van de bijdrage aan het EIT. Een dergelijke overschrijving is niet toegelaten met betrekking tot het in lid 2 van dit artikel vastgelegde bedrag voor eigen acties van het JRC.