Art. 9 Verordening (EU) nr. 1290/2013, Voorwaarden voor deelname
Verordening (EU) nr. 1290/2013
1. De volgende minimumvoorwaarden zijn van toepassing:
a) er moeten minimaal drie juridische entiteiten aan een actie deelnemen;
b) drie juridische entiteiten moeten elk in een andere lidstaat of geassocieerd land zijn gevestigd; en
c) de onder b) bedoelde drie juridische entiteiten moeten onafhankelijk van elkaar zijn in de zin van artikel 8.
2. Indien het GCO of een internationale Europese belangenorganisatie of een krachtens het recht van de Unie opgerichte entiteit een van de deelnemers aan een actie is, wordt hij voor de toepassing van lid 1 geacht gevestigd te zijn in een andere lidstaat of geassocieerd land dan de lidstaat of het geassocieerde land waarin een andere deelnemer aan dezelfde actie is gevestigd.
3. In afwijking van lid 1 wordt door de deelname van één in een lidstaat of een geassocieerd land gevestigde juridische entiteit geacht te zijn voldaan aan de minimumvoorwaarde in geval van:
a) grensverleggende onderzoeksacties in het kader van de Europese Onderzoeksraad;
b) bij acties in het kader van het MKB-instrument, wanneer de actie een duidelijke Europese toegevoegde waarde heeft;
c) bij medefinancieringsacties voor programma's; en
d) in andere gerechtvaardigde omstandigheden zoals voorzien in het werkprogramma of werkplan.
4. In afwijking van lid 1 wordt bij coördinatie- en ondersteuningsacties en bij opleidings- en mobiliteitsacties de deelname van één juridische entiteit als minimumvoorwaarde gehanteerd.
5. Indien passend en naar behoren gerechtvaardigd kunnen in de werkprogramma's of in de werkplannen aanvullende voorwaarden worden gesteld overeenkomstig specifieke beleidsvereisten of als gevolg van de aard en doelstellingen van de actie, met inbegrip van voorwaarden betreffende het aantal deelnemers, het type deelnemer en de vestigingsplaats.