Art. 38 Verordening (EU) nr. 1290/2013, Deelnemersgarantiefonds

Verordening (EU) nr. 1290/2013

1. Er wordt een Deelnemersgarantiefonds (het "Fonds") ingesteld, ter dekking van de risico's van niet-invordering van bedragen die aan de Unie verschuldigd zijn op grond van acties die door de Commissie uit hoofde van Besluit nr. 1982/2006/EG via subsidies zijn gefinancierd, dan wel die door de Commissie of financieringsorganen van de Unie uit hoofde van Horizon 2020 overeenkomstig de regels van deze verordening zijn gefinancierd. Het Fonds is bedoeld ter vervanging en opvolging van het Deelnemersgarantiefonds dat is opgezet op grond van Verordening (EG) nr. 1906/2006.

2. Het Fonds wordt beheerd overeenkomstig artikel 39. De renteopbrengsten van het Fonds worden aan het Fonds toegevoegd en worden uitsluitend aangewend voor de in artikel 39, lid 3, genoemde doeleinden.

3. Indien de renteopbrengst van het Fonds ontoereikend is om de activiteiten te dekken als beschreven in artikel 39, lid 3, treedt het Fonds niet op, maar vordert de Commissie of het betrokken financieringsorgaan van de Unie alle verschuldigde bedragen rechtstreeks bij de deelnemers of derden in.

4. Het Fonds wordt beschouwd als een toereikende garantie krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012. Er mag geen aanvullende garantie of zekerheid van de deelnemers worden geëist, noch aan hen worden opgelegd, met uitzondering van het in lid 3 van dit artikel bedoelde geval.

5. De deelnemers aan een actie in het kader van Horizon 2020 waarvan het risico door het Fonds wordt gedekt, leveren een bijdrage aan het Fonds tot maximaal 5 % van de Uniefinanciering voor de actie. Aan het eind van de actie wordt het aan het Fonds bijgedragen bedrag via de coördinator aan de deelnemers terugbetaald.

6. De hoogte van de in lid 5 bedoelde bijdrage van de deelnemers aan het Fonds kan worden verlaagd op basis van de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020.

Vorige artikelen

Volgende artikelen