Art. 2 Verordening (EU) nr. 1024/2013, Definities

Verordening (EU) nr. 1024/2013

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. „deelnemende lidstaat”: een lidstaat die de euro als munt heeft of een lidstaat die niet de euro als munt heeft en die een nauwe samenwerking overeenkomstig artikel 7 is aangegaan;

2. „nationale bevoegde autoriteit”: een nationale bevoegde autoriteit die door een deelnemende lidstaat is aangewezen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en belegginsondernemingen (13) en Richtlijn 2013/36/EU;

3. „kredietinstelling”: een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

4. „financiële holding”: een financiële holding als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 20, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

5. „gemengde financiële holding”: een gemengde financiële holding als gedefinieerd in artikel 2, punt 15, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (14);

6. „financieel conglomeraat”: een financieel conglomeraat als gedefinieerd in artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2002/87/EG;

7. „nationale aangewezen autoriteit”: een aangewezen autoriteit van een deelnemende lidstaat, in de zin van het toepasselijke Unierecht;

8. „gekwalificeerde deelneming”: een gekwalificeerde deelneming als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 36, van Verordening (EU) nr. 575/2013;

9. „één gemeenschappelijk toezichtsmechanisme” (GTM): het syteem voor financieel toezicht dat bestaat uit de ECB en nationale bevoegde autoriteiten van deelnemende lidstaten als omschreven in artikel 6 van deze verordening.