Art. 99 Verordening (EU) nr. 952/2013, Bevoegdheidsdelegatie
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 284 ter bepaling van:
a) de specifieke gevallen, bedoeld in artikel 89, lid 8, onder c), waarin geen zekerheidstelling wordt geëist voor goederen die onder de regeling tijdelijke invoer zijn geplaatst;
b) de vorm van de zekerheid, bedoeld in artikel 92, lid 1, onder c), en de regels betreffende de borg bedoeld in artikel 94;
c) de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor het gebruik van een doorlopende zekerheid voor een verminderd bedrag dan wel voor ontheffing van zekerheidstelling als bedoeld in artikel 95, lid 2;
d) de termijnen voor de vrijgave van een zekerheid.