Art. 263 Verordening (EU) nr. 952/2013, Aangifte vóór vertrek

Verordening (EU) nr. 952/2013

1. Goederen die het douanegebied van de Unie gaan verlaten, gaan vergezeld van een aangifte vóór vertrek die binnen een specifieke termijn bij het bevoegde douanekantoor wordt ingediend voordat de goederen uit het douanegebied van de Unie worden gebracht.

2. Van de in lid 1 bedoelde verplichting wordt afgezien:

a) in het geval van vervoermiddelen en de daarmee vervoerde goederen die uitsluitend door de territoriale wateren of het luchtruim van het douanegebied van de Unie worden vervoerd zonder dat er een tussenstop in dit gebied wordt gemaakt, of

b) in andere specifieke gevallen die naar behoren zijn gerechtvaardigd door het soort goederen of het soort vervoer of die voortvloeien uit verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten.

3. De aangifte vóór vertrek gebeurt in één van onderstaande vormen:

a) een douaneaangifte, indien de goederen die het douanegebied van de Unie verlaten, onder een douaneregeling zijn geplaatst waarvoor een dergelijke aangifte vereist is;

b) een aangifte tot wederuitvoer overeenkomstig artikel 270;

c) een summiere aangifte bij uitgaan overeenkomstig artikel 271.

4. De aangifte vóór vertrek bevat de gegevens die nodig zijn voor een risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden.