Art. 23 Verordening (EU) nr. 952/2013, Beheer van beschikkingen naar aanleiding van aanvragen

Verordening (EU) nr. 952/2013

1. De houder van de beschikking komt de daaruit voortvloeiende verplichtingen na.

2. De houder van de beschikking stelt de douaneautoriteit onverwijld in kennis van alle voorvallen die zich na de vaststelling van de beschikking voordoen en die op de continuïteit of de inhoud ervan van invloed kunnen zijn.

3. Onverminderd bepalingen op andere gebieden tot vaststelling van de gevallen waarin beschikkingen geen werking hebben of hun werking verliezen, kunnen de douaneautoriteiten die een beschikking hebben afgegeven, deze op elk moment nietig verklaren, wijzigen of intrekken indien zij niet in overeenstemming is met de douanewetgeving.

4. In specifieke gevallen, gaan de douaneautoriteiten over tot:

a) herziening van een beschikking;

b) schorsing van een beschikking die niet nietig verklaard, ingetrokken of gewijzigd moet worden.

5. De douaneautoriteiten verifiëren de voorwaarden en criteria waaraan de houder van een beschikking moet voldoen. Zij gaan tevens na of alle uit de beschikking voortvloeiende verplichtingen worden nagekomen. Indien de houder van de beschikking minder dan drie jaar gevestigd is, wordt deze in het eerste jaar na het verlenen van de beschikking door de douaneautoriteiten grondig gecontroleerd.