Art. 478 Verordening (EU) nr. 575/2013, Toepasselijke percentages voor aftrekkingen van de tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Voor de toepassing van artikel 468, lid 4, artikel 469, lid 1, punten a) en c), artikel 474, punt a), en artikel 476, punt a), valt het toepasselijke percentage binnen het volgende bereik:

a) 20 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2014;

b) 40 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015;

c) 60 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2016;

d) 80 % tot 100 % gedurende de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017.

2. In afwijking van lid 1 valt, voor de in artikel 36, lid 1, punt c), bedoelde bestanddelen die vóór bestonden, het voor de toepassing van artikel 469, lid 1, punt c), toepasselijke percentage binnen het volgende bereik:

a) 0 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 1 januari 2014 tot 2 januari 2015;

b) 10 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2015 tot 2 januari 2016;

c) 20 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2016 tot 2 januari 2017;

d) 30 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2017 tot 2 januari 2018;

e) 40 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2018 tot 2 januari 2019;

f) 50 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2019 tot 2 januari 2020;

g) 60 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2020 tot 2 januari 2021;

h) 70 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2021 tot 2 januari 2022;

i) 80 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2022 tot 2 januari 2023;

j) 90 % tot 100 % gedurende de periode vanaf 2 januari 2023 tot 2 januari 2024;

3. De bevoegde autoriteiten bepalen een toepasselijk percentage, dat zij vervolgens ook bekendmaken, in het in de leden 1 en2 gespecificeerde bereik voor de volgende aftrekkingen:

a) de individuele aftrekkingen voorgeschreven in artikel 36, lid 1, punten a) tot en met h), met uitzondering van uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen;

b) het overeenkomstig artikel 48 af te trekken totale bedrag van de uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten en voortvloeien uit tijdelijke verschillen en de in artikel 36, lid 1, punt i), bedoelde bestanddelen;

c) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 56, punten b), c) en d);

d) iedere aftrekking voorgeschreven in artikel 66, punten b), c) en d).

Vorige artikelen

Volgende artikelen