Art. 439 Verordening (EU) nr. 575/2013, Blootstelling aan het tegenpartijkredietrisico
De instellingen maken de volgende informatie openbaar over hun tegenpartijkredietrisico als bedoeld in deel 3, titel II, hoofdstuk 6:
a) uiteenzetting van de gehanteerde methode om intern kapitaal en kredietlimieten voor blootstellingen aan het tegenpartijkredietrisico toe te wijzen;
b) uiteenzetting van de beleidslijnen voor het aantrekken van zekerheden en het vormen van kredietreserves;
c) uiteenzetting van de beleidslijnen ten aanzien van wrong-way riskposities;
d) uiteenzetting van de impact van het bedrag aan zekerheden dat de instelling zou moeten verstrekken in geval van een verlaging van haar kredietrating;
e) positieve reële brutowaarde van contracten, uit verrekening behaalde voordelen, verrekende actuele kredietblootstelling, aangehouden zekerheden en netto kredietblootstelling uit hoofde van derivaten. Netto kredietblootstelling uit hoofde van derivaten is de kredietblootstelling uit hoofde van derivatentransacties na inaanmerkingneming van de voordelen van in rechte afdwingbare verrekeningsovereenkomsten en zekerheidsovereenkomsten;
f) meting van de blootstellingswaarde volgens de in deel 3, titel II, hoofdstuk 6, afdelingen 3 tot en met 6, uiteengezette methoden, naargelang welke van toepassing is;
g) de notionele waarde van afdekkingsinstrumenten in de vorm van kredietderivaten, en de verdeling van actuele kredietblootstelling uitgesplitst naar type kredietblootstelling;
h) de notionele bedragen van transacties met betrekking tot kredietderivaten, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen gebruik voor de eigen kredietportefeuille van de instelling en gebruik voor de intermediatieactiviteiten, met inbegrip van de verdeling van de gebruikte kredietderivaten, binnen elke productgroep verder uitgesplitst naar gekochte en verkochte protectie;
i) de raming van α indien de instelling van de bevoegde autoriteiten de toestemming heeft gekregen om α te ramen.