Art. 423 Verordening (EU) nr. 575/2013, Additionele uitstromen
1. Voor zekerheden die door de instelling worden gestort voor in bijlage II vermelde contracten, daaronder niet begrepen activa als bedoeld in artikel 416, lid 1, punten a), b) en c), en kredietderivaten geldt een additionele uitstroom van 20 %.
2. De instellingen stellen de bevoegde autoriteiten in kennis van alle aangegane contracten waarvan de contractuele voorwaarden binnen 30 dagen volgende op een wezenlijke verslechtering van de kredietkwaliteit van de instelling, tot liquiditeitsuitstromen of additionele behoeften aan zekerheden leiden. Indien de bevoegde autoriteiten dergelijke contracten van wezenlijk belang achten met betrekking tot de potentiële liquiditeitsuitstromen van de instelling, verzoeken zij de instelling een additionele uitstroom toe te voegen voor deze contracten, in overeenstemming met de vereiste extra zekerheden die het resultaat zijn van een wezenlijke verslechtering van de kredietkwaliteit van de instelling, zoals een verlaging van haar externe kredietbeoordeling met drie stappen. De instelling toetst regelmatig de omvang van deze wezenlijke verslechtering in het licht van wat relevant is voor de contracten die zij is aangegaan, en maakt het resultaat van deze toetsing bekend aan de bevoegde autoriteiten.
3. De instelling voegt een additionele uitstroom toe die overeenstemt met de behoeften aan zekerheid ingevolge de impact van een ongunstig marktscenario op de derivatentransacties, financieringstransacties en overige contracten voor zover die van wezenlijk belang zijn.
De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot bepaling van de toepassingsvoorwaarden in verband met het begrip "materialiteit" ("substantieel" of "van wezenlijk belang") en van methoden voor het meten van deze additionele uitstroom.
De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 31 maart 2014 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.
4. De instelling voegt een additionele uitstroom toe die overeenstemt met de marktwaarde van effecten of andere activa die short zijn verkocht en binnen de tijdhorizon van 30 dagen moeten worden geleverd, tenzij zij eigenaar is van de te leveren effecten of deze heeft geleend op voorwaarden waarbij zij pas na de tijdhorizon van 30 dagen moeten worden teruggegeven en de effecten geen deel uitmaken van de liquide activa van de instelling.
5. De instelling voegt een additionele uitstroom toe die overeenstemt met:
a) de door de instelling aangehouden te veel gestorte zekerheden die te allen tijde op grond van het contract kunnen worden opgevraagd door de tegenpartij;
b) zekerheden die aan een tegenpartij moeten worden gerestitueerd;
c) zekerheden die overeenkomen met activa die overeenkomstig artikel 416 als liquide activa kunnen worden aangemerkt, die kunnen worden ingeruild voor activa die overeenkomen met activa die zonder de toestemming van de kredietinstelling niet overeenkomstig artikel 416 als liquide activa kunnen worden aangemerkt.
6. Deposito's die worden ontvangen als zekerheden worden niet beschouwd als verplichtingen voor de toepassing van artikel 422, maar zijn, indien van toepassing, onderworpen aan het bepaalde in het onderhavige artikel.