Art. 325 Verordening (EU) nr. 575/2013, Tegemoetkomingen voor geconsolideerde vereisten
1. Met inachtneming van lid 2 en uitsluitend ter berekening van nettoposities en eigenvermogensvereisten op geconsolideerde basis overeenkomstig deze titel kunnen de instellingen posities in een instelling of onderneming gebruiken om posities in een andere instelling of onderneming te compenseren.
2. De instellingen mogen lid 1 uitsluitend toepassen met toestemming van de bevoegde autoriteiten, die wordt verleend indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
a) er is binnen de groep een adequate toewijzing van eigen vermogen;
b) het reglementaire, juridische of contractuele kader waarbinnen de instellingen werken, waarborgt wederzijdse financiële ondersteuning binnen de groep.
3. Indien er in derde landen gevestigde ondernemingen zijn, wordt er behalve aan de in lid 2 genoemde voorwaarden, ook aan elk van de volgende voorwaarden voldaan:
a) aan die ondernemingen is vergunning verleend in een derde land en zij beantwoorden aan de definitie van kredietinstelling of zijn erkende beleggingsondernemingen uit een derde land;
b) die ondernemingen voldoen op niet-geconsolideerde basis aan eigenvermogensvereisten die gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening vastgestelde vereisten;
c) in de betrokken derde landen bestaan geen voorschriften met aanzienlijke gevolgen voor de overdracht van middelen binnen de groep.