Art. 177 Verordening (EU) nr. 575/2013, Voor de beoordeling van de kapitaaltoereikendheid gebruikte stresstests
1. De instellingen beschikken over deugdelijke processen voor het verrichten van stresstests bij de beoordeling van hun kapitaaltoereikendheid. Bij het verrichten van dergelijke tests wordt nagegaan welke mogelijke gebeurtenissen of toekomstige veranderingen in economische omstandigheden een ongunstig effect kunnen hebben op het aan blootstellingen van een instelling verbonden kredietrisico, en beoordeeld in hoeverre de instelling tegen dergelijke veranderingen bestand is.
2. De instellingen verrichten regelmatig een stresstest met betrekking tot het kredietrisico om na te gaan welke gevolgen bepaalde specifieke omstandigheden hebben voor hun totale kapitaalvereisten voor het kredietrisico. De soort test wordt door de instelling gekozen, behoudens toetsing door de toezichthouder. De te gebruiken test is relevant en onderzoekt het effect van scenario's waarbij van een hevige, maar plausibele recessie wordt uitgegaan. De instelling gaat na welke veranderingen haar ratings in het kader van de stresstestscenario's ondergaan. De portefeuilles die de stresstest ondergaan, bevatten de overgrote meerderheid van alle blootstellingen van een instelling.
3. De instellingen die de in artikel 153, lid 3, beschreven behandeling toepassen, bestuderen in het kader van hun stresstests het effect van een verslechtering van de kredietkwaliteit van protectiegevers, en met name het effect van protectiegevers die niet voldoen aan de toelatingscriteria.