Art. 14 Verordening (EU) nr. 575/2013, Toepassing van de vereisten van deel 5 op geconsolideerde basis

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Moederondernemingen en hun dochterondernemingen die onder deze verordening vallen, voldoen op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis aan de in deel 5 bepaalde verplichtingen, zodat hun bij deze bepalingen voorgeschreven regelingen, processen en mechanismen samenhang vertonen en goed geïntegreerd zijn, en alle gegevens en informatie die voor het toezicht van belang zijn, kunnen worden verkregen. Zij dragen er meer in het bijzonder zorg voor dat niet onder deze verordening vallende dochterondernemingen regelingen, processen en mechanismen hanteren die de inachtneming van deze bepalingen garanderen.

2. De instellingen passen overeenkomstig artikel 407 een extra risicogewicht toe wanneer zij artikel 92 op een geconsolideerde of gesubconsolideerde basis toepassen als de vereisten van de artikelen 405 of 406 niet zijn nageleefd op het niveau van een in een derde land gevestigde entiteit die overeenkomstig artikel 18 in de consolidatie betrokken is, en de niet-naleving een wezenlijke invloed heeft op het algehele risicoprofiel van de groep.

3. Voor dochterondernemingen die zelf niet onder deze verordening vallen, zijn de uit deel 5 voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing indien de EU-moederinstelling of de instellingen die onder de zeggenschap staan van een financiële EU-moederholding of van een gemengde financiële EU-moederholding, aan de bevoegde autoriteiten kunnen aantonen dat de toepassing van deel 5 niet is toegestaan volgens de wetten van het derde land waar de dochteronderneming is gevestigd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen