Art. 101 Verordening (EU) nr. 575/2013, Specifieke rapportageverplichtingen

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De instellingen rapporteren eenmaal per halfjaar de volgende gegevens aan de bevoegde autoriteiten voor elke nationale onroerendgoedmarkt ten aanzien waarvan zij zijn blootgesteld:

a) verliezen die voortvloeien uit blootstellingen waarvoor een instelling niet-zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, tot het laagste van het in zekerheid gegeven bedrag en 80 % van de marktwaarde of tot 80 % van de waarde van de hypothecaire lening, tenzij anders besloten overeenkomstig artikel 124, lid 2;

b) de totale verliezen die voortvloeien uit blootstellingen waarvoor een instelling niet-zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, tot het deel van de blootstelling dat in overeenstemming met artikel 124, lid 1, wordt behandeld als zijnde volledig gedekt door niet-zakelijk onroerend goed;

c) de blootstellingswaarde van alle onderliggende blootstellingen waarvoor een instelling niet-zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, beperkt tot het deel dat in overeenstemming met artikel 124, lid 1, wordt behandeld als zijnde volledig gedekt door niet-zakelijk onroerend goed;

d) verliezen die voortvloeien uit blootstellingen waarvoor een instelling zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, tot het laagste van het in zekerheid gegeven bedrag en 50 % van de marktwaarde of tot 60 % van de waarde van de hypothecaire lening, tenzij anders besloten overeenkomstig artikel 124, lid 2;

e) de totale verliezen die voortvloeien uit blootstellingen waarvoor een instelling zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, tot het deel van de blootstelling dat in overeenstemming met artikel 124, lid 1, wordt behandeld als zijnde volledig gedekt door zakelijk onroerend goed;

f) de blootstellingswaarde van alle onderliggende blootstellingen waarvoor een instelling zakelijk onroerend goed als zekerheid heeft aangemerkt, beperkt tot het deel dat in overeenstemming met artikel 124, lid 1, wordt behandeld als zijnde volledig gedekt door zakelijk onroerend goed.

2. De in lid 1 bedoelde gegevens worden verstrekt aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de betrokken instelling. Wanneer een instelling een bijkantoor in een andere lidstaat heeft, worden de gegevens met betrekking tot dat bijkantoor tevens aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst verstrekt. De gegevens worden verstrekt afzonderlijk voor elke onroerendgoedmarkt binnen de Unie ten aanzien waarvan de betrokken instelling is blootgesteld.

3. De bevoegde autoriteiten publiceren jaarlijks op geaggregeerde basis de in lid 1, onder a) tot en met f), bepaalde gegevens, samen met historische gegevens, indien deze beschikbaar zijn. Een bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een andere bevoegde autoriteit in een lidstaat of van de EBA aan die bevoegde autoriteit of de EBA nadere informatie over de staat van de markten voor niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed in die lidstaat.

4. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van:

a) de uniforme formats, de definities, de rapportagefrequenties en -data, alsmede de IT-oplossingen, van de in lid 1 bedoelde elementen;

b) de uniforme formats, de definities, de rapportagefrequenties en -data, alsmede de IT-oplossingen voor de in lid 2 bedoelde geaggregeerde gegevens.

De EBA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk 1 februari 2015 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend om de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Vorige artikelen

Volgende artikelen