Art. 8 Verordening (EU) nr. 321/2013
1. Een EG-keuringsverklaring voor een subsysteem dat interoperabiliteitsonderdelen omvat waarvoor geen EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik is afgegeven, kan worden afgegeven tijdens een overgangsperiode van tien jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, mits aan de bepalingen van punt 6.3 van de bijlage wordt voldaan.
2. De productie of verbetering/vernieuwing van het subsysteem waarin niet-gecertificeerde interoperabiliteitsonderdelen worden gebruikt, wordt voltooid binnen de in lid 1 vastgestelde overgangsperiode, met inbegrip van de indienststelling.
3. Gedurende de in lid 1 bedoelde overgangsperiode:
a) worden de redenen voor de niet-certificering van interoperabiliteitsonderdelen naar behoren vastgesteld in de in lid 1 bedoelde keuringsprocedure;
b) maken de nationale veiligheidsinstanties melding van het gebruik van niet-gecertificeerde interoperabiliteitsonderdelen in het kader van vergunningsprocedures in hun jaarverslagen als bedoeld in artikel 18 van Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (5).
4. Na een overgangsperiode van een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening is voor nieuw geproduceerde interoperabiliteitsonderdelen die niet onder de uitzonderingen van punt 6.5 van de bijlage vallen een EG-verklaring van conformiteit en/of geschiktheid voor gebruik vereist.