Art. 42 Verordening (EU) nr. 167/2013, Vrijwaringsmaatregel van de Unie
1. Wanneer tijdens de procedure van artikel 41, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht, of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, voert de Commissie onmiddellijk een evaluatie van de nationale maatregel uit na raadpleging van de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s). Aan de hand van de resultaten van die evaluatie besluit de Commissie volgens de in artikel 69, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedures of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd wordt geacht.
De Commissie brengt alle lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) op de hoogte van haar besluit.
2. Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, nemen alle lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het niet-conforme voertuig, systeem of onderdeel of de niet-conforme technische eenheid uit de handel genomen wordt, en stellen zij de Commissie daarvan in kennis. Indien de nationale maatregel niet-gerechtvaardigd wordt geacht, trekt de betrokken lidstaat de maatregel in of past hij deze aan, in overeenstemming met het in lid 1 bedoelde besluit.
3. Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en wordt toegerekend aan tekortkomingen in deze verordening of op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, stelt de Commissie als volgt passende maatregelen voor:
a) wanneer het op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen betreft, stelt de Commissie de vereiste wijzigingen van de desbetreffende handeling voor;
b) wanneer het VN/ECE-reglementen betreft, stelt de Commissie de vereiste ontwerpwijzigingen van de betrokken VN/ECE-reglementen voor volgens de procedure die krachtens de Herziene Overeenkomst van 1958 van toepassing is.