Art. 19 Verordening (EU) nr. 167/2013, Voorschriften voor milieuprestaties
1. De fabrikanten zorgen ervoor dat de voertuigen zodanig worden ontworpen, gebouwd en geassembleerd dat er zo weinig mogelijk gevolgen zijn voor het milieu.
2. De fabrikanten zorgen ervoor dat de voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden voldoen aan de relevante voorschriften van deze verordening, met inbegrip van die met betrekking tot:
a) emissies van verontreinigende stoffen;
b) extern geluidsniveau.
3. De in Richtlijn 97/68/EG voor mobiele machines vastgestelde specifieke grenswaarden, testprocedures en voorschriften voor emissies van verontreinigende stoffen zijn van toepassing.
4. De grenswaarden voor de specifieke externe geluidsniveaus zijn ten hoogste:
a) 89 dB(A) voor trekkers met een massa in onbeladen, rijklare toestand van meer dan 1 500 kg;
b) 85 dB(A) voor trekkers met een massa in onbeladen, rijklare toestand van ten hoogste 1 500 kg.
Ze worden gemeten in overeenstemming met de testprocedures zoals bedoeld in de in lid 6 vermelde gedelegeerde handelingen.
5. De in de leden 1 en 2 bedoelde voorschriften zijn van toepassing op voertuigen en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, indien deze voorschriften overeenkomstig bijlage I van toepassing zijn.
6. Om voor een hoog milieuprestatieniveau te kunnen zorgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 71 betreffende gedetailleerde technische voorschriften gedelegeerde handelingen vast te stellen, met inbegrip van testprocedures voor het externe geluidsniveau en voor de installatie in een voertuig van wat verontreinigende emissies betreft goedgekeurde motoren en de daarmee samenhangende flexibiliteitsbepalingen. De eerste van deze gedelegeerde handelingen worden uiterlijk 31 december 2014 vastgesteld.
Deze specifieke technische voorschriften zorgen voor een verhoging of ten minste voor het behoud van het milieuprestatieniveau dat de in artikel 76, lid 1, en, in voorkomend geval, artikel 77 genoemde richtlijnen bieden.