Art. 1 Richtlijn 2013/50/EU, Wijzigingen van Richtlijn 2004/109/EG
Richtlijn 2004/109/EG wordt als volgt gewijzigd:
1) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i) punt d) wordt vervangen door:
„d) „uitgevende instelling”: een natuurlijke persoon of een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke juridische entiteit, met inbegrip van een staat, waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.
In het geval van certificaten van aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, is de uitgevende instelling de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, ongeacht of deze effecten al dan niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;”;
ii) punt i) wordt als volgt gewijzigd:
i) in punt i), wordt het tweede streepje vervangen door:
„— wanneer de uitgevende instelling in een derde land gevestigd is: de lidstaat die de uitgevende instelling kiest uit de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De keuze voor een lidstaat van herkomst blijft geldig tenzij de uitgevende instelling op grond van punt iii) een nieuwe lidstaat van herkomst heeft gekozen en haar keuze overeenkomstig de tweede alinea van punt i), heeft bekendgemaakt;”;
ii) punt ii) wordt vervangen door:
„ii) voor een uitgevende instelling die niet onder punt i) valt: de lidstaat die de uitgevende instelling kiest uit de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, indien van toepassing, en de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De uitgevende instelling mag slechts één lidstaat als haar lidstaat van herkomst kiezen. Die keuze blijft ten minste drie jaar geldig, tenzij haar effecten niet meer tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie zijn toegelaten of tenzij de uitgevende instelling op enig moment gedurende de periode van drie jaar komt te vallen onder punt i) of punt iii);”;
iii) het volgende punt wordt toegevoegd:
„iii) voor een uitgevende instelling waarvan de effecten niet langer zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in haar lidstaat van herkomst als omschreven in punt i), tweede streepje, of punt ii), maar in plaats daarvan tot de handel zijn toegelaten in een of meer andere lidstaten: die nieuwe lidstaat van herkomst als de uitgevende instelling kiest uit de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, en, in voorkomend geval, de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft;”;
iv) de volgende alinea’s worden toegevoegd:
„Een uitgevende instelling maakt haar lidstaat van herkomst als bedoeld in de punten i), ii) of iii) overeenkomstig de artikelen 20 en 21 bekend. Een uitgevende instelling maakt daarnaast haar lidstaat van herkomst bekend aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, in voorkomend geval, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten van ontvangst.
Indien de uitgevende instelling haar lidstaat van herkomst als bepaald op grond van punt i), tweede streepje, of punt ii) niet bekendmaakt binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop haar effecten voor het eerst tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, is de lidstaat van herkomst de lidstaat waar de effecten van de uitgevende instelling tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten zijn. Indien de effecten van de uitgevende instelling tot de handel zijn toegelaten op gereglementeerde markten die in meer dan één lidstaat gelegen of werkzaam zijn, zijn deze lidstaten de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling totdat de uitgevende instelling één enkele lidstaat van herkomst kiest en deze keuze bekendmaakt.
Voor een uitgevende instelling waarvan de effecten reeds tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en wiens keuze van lidstaat van herkomst als bedoeld in punt i), tweede streepje of in punt ii) niet vóór 27 november 2015 bekend is gemaakt, vangt de termijn van drie maanden aan op 27 november 2015.
Een uitgevende instelling die een lidstaat van herkomst heeft gekozen als bedoeld in punt i), tweede streepje of in punt ii) of iii), en haar keuze aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst heeft meegedeeld vóór 27 november 2015, is vrijgesteld van de in de tweede alinea bepaalde verplichting, tenzij een dergelijke uitgevende instelling na 27 november 2015 een andere lidstaat van herkomst kiest.”;
iii) het volgende punt wordt toegevoegd:
„q) „formele overeenkomst”: een overeenkomst die bindend is krachtens het toepasselijk recht.”;
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
„2 bis. Verwijzingen in deze richtlijn naar juridische entiteiten omvatten ook geregistreerde ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid en trusts.”.
2) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
„1. De lidstaat van herkomst mag een uitgevende instelling strengere verplichtingen dan die uit hoofde van deze richtlijn opleggen, maar mag uitgevende instellingen niet verplichten tot het frequenter publiceren van periodieke financiële informatie dan de in artikel 4 bedoelde jaarlijkse financiële verslagen en de in artikel 5 bedoelde halfjaarlijkse financiële verslagen.”;
b) het volgende lid wordt ingevoegd:
„1 bis. In afwijking van lid 1 mag de lidstaat van herkomst uitgevende instellingen verplichten om aanvullende periodieke financiële informatie frequenter te publiceren dan de in artikel 4 bedoelde jaarlijkse financiële verslagen en de in artikel 5 bedoelde halfjaarlijkse financiële verslagen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
— de aanvullende periodieke financiële informatie brengt in de betrokken lidstaat geen onevenredig grote financiële last mee, in het bijzonder voor kleine en middelgrote uitgevende instellingen; en
— de inhoud van de vereiste aanvullende periodieke financiële informatie staat in verhouding tot de factoren die bijdragen tot de beleggingsbeslissingen van beleggers in de betrokken lidstaat.
Alvorens een beslissing te nemen waarbij uitgevende instellingen verplicht worden aanvullende periodieke financiële informatie te publiceren, beoordelen de lidstaten zowel of dergelijke aanvullende vereisten kunnen leiden tot een buitensporige nadruk op de kortetermijnresultaten en -prestaties van de uitgevende instellingen, alsook of zij de mogelijkheden van kleine en middelgrote uitgevende instellingen negatief beïnvloeden om toegang tot de gereglementeerde markten te hebben.
Dit laat de mogelijkheid voor de lidstaten onverlet uitgevende instellingen die financiële instellingen zijn, te verplichten aanvullende periodieke financiële informatie bekend te maken.
De lidstaat van herkomst mag een aandeelhouder, een natuurlijke persoon of een juridische entiteit als bedoeld in artikel 10 of artikel 13 geen strengere vereisten opleggen dan die uit hoofde van deze richtlijn, behoudens bij:
i) het vaststellen van lagere of aanvullende drempels voor kennisgeving dan de in artikel 9, lid 1, opgenomen drempels, en het vereisen van gelijkwaardige kennisgevingen in verband met drempels die gebaseerd zijn op kapitaalbelang;
ii) het toepassen van strengere vereisten dan die zoals bedoeld in artikel 12; of
iii) het toepassen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn vastgesteld met betrekking tot openbare overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor de eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen, waarop wordt toegezien door de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (*1).
(*1) PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.”."
3) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
„1. De uitgevende instelling maakt haar jaarlijks financieel verslag uiterlijk vier maanden na het einde van elk boekjaar openbaar en zorgt ervoor dat dit ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar blijft.”;
b) het volgende lid wordt toegevoegd:
„7. Met ingang van 1 januari 2020 worden alle jaarlijkse financiële verslagen opgesteld in een uniform elektronisch verslagleggingsformaat, mits de Europese Toezichthoudende Autoriteit (European Securities and Markets Authority — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (*2) een kosten-batenanalyse heeft verricht.
ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin het formaat voor de elektronische verslaglegging wordt gespecificeerd, onder verwijzing naar bestaande en toekomstige technologische opties. Voordat de ontwerpen van technische reguleringsnormen worden vastgesteld, onderwerpt ESMA de mogelijke formaten voor elektronische verslaglegging aan een passende evaluatie en aan passende praktijktests. ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 31 december 2016 in bij de Commissie.
De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea vast te stellen, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, wordt toegekend aan de Commissie.
(*2) PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.”."
4) In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:
„1. De instelling die aandelen of obligaties uitgeeft, maakt haar halfjaarlijks financieel verslag over de eerste zes maanden van het boekjaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na afloop van de verslagperiode, bekend aan het publiek. Zij zorgt ervoor dat het halfjaarlijks financieel verslag ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar blijft.”.
5) Artikel 6 wordt vervangen door:
„Artikel 6
Verslag over betalingen aan overheden
De lidstaten eisen van de uitgevende instellingen die actief zijn in de winningsindustrie of de houtkap in oerbossen, zoals gedefinieerd in artikel 41, leden 1 en 2, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (*3) dat zij, overeenkomstig hoofdstuk 10 van die richtlijn, jaarlijks een verslag opstellen van hun betalingen aan overheden. Dit verslag wordt uiterlijk zes maanden na het einde van elk boekjaar openbaar gemaakt en blijft ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar. Betalingen aan overheden moeten op geconsolideerd niveau worden gemeld.
(*3) PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19.”."
6) Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
„1. De artikelen 4 en 5 zijn niet van toepassing op de volgende uitgevende instellingen:
a) een staat, een regionale of plaatselijke overheid van een staat, een publiekrechtelijke internationale instelling waarbij één of meer lidstaten aangesloten zijn, de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), opgericht bij de EFSF-kaderovereenkomst, en elk ander mechanisme dat is gecreëerd met als doel de financiële stabiliteit van de Europese monetaire unie te bewaren door middel van het verlenen van tijdelijke financiële bijstand aan de lidstaten die de euro als munt hebben en de nationale centrale banken van de lidstaten, ongeacht of deze al dan niet aandelen of andere effecten uitgeven; en
b) een uitgevende instelling die uitsluitend obligaties uitgeeft die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en waarvan de nominale waarde per eenheid ten minste 100 000 EUR bedraagt of, in het geval van obligaties in een andere valuta dan de euro, de nominale waarde per eenheid op de datum van uitgifte ten minste gelijk is aan 100 000 EUR.”;
b) lid 4 wordt vervangen door:
„4. In afwijking van lid 1, onder b), van dit artikel zijn de artikelen 4 en 5 niet van toepassing op uitgevende instellingen die uitsluitend obligaties uitgeven waarvan de nominale waarde per eenheid ten minste 50 000 EUR bedraagt of die, in het geval van obligaties in een andere valuta dan de euro, een nominale waarde per eenheid hebben die op de datum van uitgifte gelijk is aan ten minste 50 000 EUR, die al tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie zijn toegelaten voor 31 december 2010, gedurende de tijd dat deze obligaties uitstaan.”.
7) Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 6 wordt vervangen door:
„6. Dit artikel geldt niet voor stemrechten in de handelsportefeuille, zoals gedefinieerd in artikel 11 van Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (*4), van een kredietinstelling of beleggingsonderneming, op voorwaarde dat:
a) de stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden de 5 % niet overschrijden, en
b) de aan aandelen verbonden stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden, niet worden uitgeoefend of anderszins worden aangewend om in te grijpen in het bestuur van de uitgevende instelling.
(*4) PB L 177 van 30.6.2006, blz. 201.”;"
b) de volgende leden worden ingevoegd:
„6 bis. Dit artikel is niet van toepassing op stemrechten verbonden aan aandelen die worden verworven voor stabilisatiedoeleinden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma’s en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft (*5), mits de aan die aandelen verbonden stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins worden aangewend om in te grijpen in het bestuur van de uitgevende instelling.
6 ter. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de berekeningsmethode te specificeren voor de in de leden 5 en 6 genoemde drempel van 5 %, mede in het geval van een groep ondernemingen, waarbij rekening moet worden gehouden met artikel 12, leden 4 en 5.
ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 voor aan de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen volgens de procedure van de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
(*5) PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33.”."
8) In artikel 12, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door:
„De kennisgeving aan de uitgevende instelling geschiedt onverwijld, doch uiterlijk binnen vier handelsdagen na de datum waarop de aandeelhouder, of de natuurlijke persoon of juridische entiteit als bedoeld in artikel 10,”.
9) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
„1. De in artikel 9 vastgelegde kennisgevingsvereisten zijn ook van toepassing op een natuurlijke persoon of juridische entiteit die, rechtstreeks of middellijk, houder is van:
a) financiële instrumenten die, op de vervaldag, uit hoofde van een formele overeenkomst, de houder het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om reeds uitgegeven aandelen waaraan stemrechten zijn verbonden te verwerven van een uitgevende instelling waarvan de aandelen tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten;
b) financiële instrumenten die niet onder a) zijn opgenomen maar die gerelateerd zijn aan de daarin bedoelde aandelen en waarvan het economische effect vergelijkbaar is met dat van de onder a) bedoelde financiële instrumenten, ongeacht of zij al dan niet een recht verlenen op materiële afwikkeling.
De vereiste kennisgeving moet een onderverdeling bevatten naar de soorten financiële instrumenten die worden gehouden overeenkomstig de eerste alinea onder a) en de financiële instrumenten die worden gehouden overeenkomstig die eerste alinea, onder b), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de financiële instrumenten die een recht verlenen op materiële afwikkeling en de financiële instrumenten die een recht verlenen op afwikkeling in contanten.”;
b) de volgende leden worden toegevoegd:
„1 bis. Het aantal stemrechten wordt berekend op basis van het volledige nominale bedrag aan aantal onderliggende aandelen van het financiële instrument, behalve wanneer het financiële instrument uitsluitend voorziet in afwikkeling in contanten. In dat geval wordt het aantal stemrechten berekend op naar delta gecorrigeerde basis door het nominale bedrag van de onderliggende aandelen te vermenigvuldigen met de delta van het instrument. Hiertoe moet de houder alle financiële instrumenten die betrekking hebben op dezelfde onderliggende uitgevende instelling samenvoegen en melden. Alleen longposities worden in aanmerking genomen voor de berekening van stemrechten. Longposities worden niet verrekend met shortposities die betrekking hebben op dezelfde uitgevende instelling.
ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van:
a) de berekeningsmethode voor het in de eerste alinea bedoelde aantal stemrechten in het geval van financiële instrumenten die gekoppeld zijn aan een aandelenmand of een index; en
b) de methoden voor de vaststelling van de delta voor de berekening van de stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten die uitsluitend voorzien in afwikkeling in contanten, als bepaald in de eerste alinea.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 in bij de Commissie.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.
1 ter. Voor de toepassing van lid 1, worden de volgende instrumenten beschouwd als financiële instrumenten, op voorwaarde dat zij voldoen aan een van de voorwaarden als opgenomen in lid 1, eerste alinea, onder a) of b):
a) verhandelbare effecten;
b) opties;
c) futures;
d) swaps;
e) rentetermijncontracten;
f) financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”); en
g) alle andere contracten of overeenkomsten met gelijkaardige economische effecten die fysiek of in contanten kunnen worden afgewikkeld.
ESMA stelt een indicatieve lijst op van financiële instrumenten waarvoor kennisgevingsvereisten gelden krachtens lid 1 en werkt deze op gezette tijden bij, rekening houdend met de technische ontwikkelingen in de financiële markten.”;
c) lid 2 wordt vervangen door:
„2. De Commissie is bevoegd om middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 27, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, en behoudens de in artikelen 27 bis en 27 ter opgenomen voorwaarden, de maatregelen vast te stellen om de inhoud van de te verrichten kennisgeving, de kennisgevingstermijn en de geadresseerde van de kennisgeving te specificeren, zoals beschreven in lid 1.”;
d) het volgende lid wordt toegevoegd:
„4. De in artikel 9, leden 4, 5 en 6, en artikel 12, leden 3, 4 en 5, beschreven ontheffingen gelden mutatis mutandis voor de kennisgevingsvereisten op grond van dit artikel.
ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de gevallen te specificeren waarin de in de eerste alinea bedoelde ontheffingen van toepassing zijn op financiële instrumenten die worden gehouden door een natuurlijke persoon of een juridische entiteit die orders van cliënten uitvoert of reageert op verzoeken van een cliënt om te handelen, anders dan voor eigen rekening en risico, of posities afdekt die voortkomen uit dergelijke transacties.
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 in bij de Commissie.
De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea van dit lid vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, wordt toegekend aan de Commissie.”.
10) Het volgende artikel wordt ingevoegd:
„Artikel 13 bis
Samenvoeging
1. De in de artikelen 9, 10 en 13 vervatte kennisgevingsvereisten zijn ook van toepassing op een natuurlijke persoon of een juridische entiteit wanneer het aantal door zodanig persoon of entiteit rechtstreeks of middellijk gehouden stemrechten, uit hoofde van de artikelen 9 en 10, samengevoegd met het aantal stemrechten met betrekking tot rechtstreeks of middellijk gehouden financiële instrumenten uit hoofde van artikel 13, de in artikel 9, lid 1, vervatte drempelwaarden bereikt, overschrijdt of onderschrijdt.
De op grond van de eerste alinea vereiste kennisgeving bevat een onderverdeling van het aantal stemrechten dat is verbonden aan de aandelen die worden gehouden overeenkomstig de artikelen 9 en 10 en de stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten in de zin van artikel 13.
2. Stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten waarvan reeds kennis is gegeven overeenkomstig artikel 13 moeten opnieuw bekend worden gemaakt wanneer de natuurlijke persoon of juridische entiteit de onderliggende aandelen heeft verworven en dergelijke acquisities ertoe leiden dat het totale aantal stemrechten dat gekoppeld is aan de door dezelfde uitgevende instelling uitgegeven aandelen de in artikel 9, lid 1, opgenomen drempels bereikt of overschrijdt.”.
11) Artikel 16, lid 3, wordt geschrapt.
12) In artikel 19, lid 1, wordt de tweede alinea geschrapt.
13) Artikel 21, lid 4, wordt vervangen door:
„4. De Commissie is bevoegd om middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 27, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, en behoudens de in de artikelen 27 bis en 27 ter opgenomen voorwaarden, maatregelen vast te stellen om het volgende te specificeren:
a) minimumnormen voor de verspreiding van gereglementeerde informatie als bedoeld in lid 1;
b) minimumnormen voor de mechanismen voor centrale opslag als bedoeld in lid 2;
c) regels die de interoperabiliteit van de informatie- en communicatietechnologieën die worden gebruikt door de mechanismen bedoeld in lid 2, en de toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie daarin garanderen.
De Commissie kan ook een lijst van media voor de verspreiding van informatie onder het publiek opstellen en bijhouden.”.
14) Het volgende artikel wordt toegevoegd:
„Artikel 21 bis
Europees elektronisch toegangspunt
1. Uiterlijk op 1 januari 2018 wordt een webportaal opgericht dat fungeert als een Europees elektronisch toegangspunt („het toegangspunt”). EMSA zet het toegangspunt op en beheert het.
2. Het systeem voor de onderlinge koppeling van de officieel aangewezen mechanismen bestaat uit:
— de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2,
— het portaal dat fungeert als het Europese elektronisch toegangspunt.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat hun centrale opslagmechanismen toegankelijk zijn via het toegangspunt.”.
15) Artikel 22 wordt vervangen door:
„Artikel 22
Toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie
1. ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin technische vereisten zijn vervat met betrekking tot toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie en om het volgende te specificeren:
a) de technische vereisten met betrekking tot communicatietechnologieën die worden gebruikt door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;
b) de technische vereisten voor het beheer van het centraal toegangspunt voor het zoeken naar gereglementeerde informatie op Unieniveau;
c) de technische vereisten met betrekking tot het gebruik van één identificatiecode voor elke uitgevende instelling door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;
d) het gemeenschappelijk formaat voor de verstrekking van gereglementeerde informatie door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;
e) de gemeenschappelijke classificatie van de gereglementeerde informatie door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2, en de gemeenschappelijke lijst met soorten gereglementeerde informatie.
2. Bij de opstelling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt ESMA rekening met de technische vereisten voor het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters dat is ingesteld bij Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 (*6).
ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2015 in bij de Commissie.
De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de eerste alinea van dit lid vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 wordt toegekend aan de Commissie.
(*6) PB L 156 van 16.6.2012, blz. 1.”."
16) Aan artikel 23, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
„De informatie waarvoor de in het derde land opgelegde verplichtingen gelden, wordt ingediend overeenkomstig artikel 19 en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 20 en 21.”.
17) In artikel 24 worden de volgende leden ingevoegd:
„4 bis. Onverminderd lid 4 worden aan de bevoegde autoriteiten alle onderzoeksbevoegdheden verleend die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend in overeenstemming met het nationale recht.
4 ter. De bevoegde autoriteiten oefenen hun bevoegdheden om sancties op te leggen uit in overeenstemming met deze richtlijn en het nationale recht, en op één van de volgende wijzen:
— rechtstreeks;
— in samenwerking met andere autoriteiten;
— onder hun verantwoordelijkheid middels delegatie aan dergelijke autoriteiten;
— middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.”.
18) Aan artikel 25, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
„Bij de uitoefening van hun sanctie- en onderzoeksbevoegdheden werken de bevoegde autoriteiten samen om ervoor te zorgen dat de sancties of maatregelen de gewenste resultaten opleveren en coördineren zij hun handelingen wanneer zij grensoverschrijdende zaken behandelen.”.
19) De volgende titel wordt ingevoegd na artikel 27 ter:
„HOOFDSTUK VI BIS
SANCTIES EN MAATREGELEN ”.
20) Artikel 28 wordt vervangen door:
„Artikel 28
Administratieve maatregelen en sancties
1. Onverminderd de op grond van artikel 24 aan de bevoegde autoriteiten toegekende bevoegdheden en het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties vast te stellen en op te leggen, stellen de lidstaten regels inzake administratieve sancties en maatregelen vast voor inbreuken op de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van deze richtlijn, en nemen zij alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. Deze administratieve maatregelen en sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
2. Onverminderd artikel 7 zorgen de lidstaten ervoor dat in gevallen, waarin verplichtingen van toepassing zijn op rechtspersonen, de sancties in het geval van een overtreding kunnen worden opgelegd, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, aan de leidinggevende, bestuurs- of toezichthoudende organen van de desbetreffende juridische entiteit en aan alle andere natuurlijke personen die op grond van het nationale recht voor de overtreding verantwoordelijk zijn.”.
21) De volgende artikelen worden ingevoegd:
„Artikel 28 bis
Overtredingen
Artikel 28 ter is ten minste van toepassing op de volgende overtredingen:
a) de uitgevende instelling maakt niet binnen de voorgeschreven termijn de op grond van de nationale bepalingen voor de omzetting van de artikelen 4, 5, 6, 14 en 16 vereiste informatie openbaar;
b) de natuurlijke persoon of juridische entiteit geeft niet binnen de voorgeschreven termijn kennis van het verwerven of afstoten van een belangrijke deelneming in overeenstemming met de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van de artikelen 9, 10, 12, 13 en 13 bis.
Artikel 28 ter
Bevoegdheden om sancties op te leggen
1. Ten aanzien van de in artikel 28 bis bedoelde overtredingen hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om ten minste een van de volgende administratieve maatregelen en sancties op te leggen:
a) een publieke verklaring waarin de natuurlijke persoon of juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding worden genoemd;
b) een bevel waarin de natuurlijke persoon of juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de overtreding, wordt gelast het gedrag dat de overtreding oplevert, te staken en zich te onthouden van elke herhaling van dat gedrag;
c) administratieve geldboetes ten belope van:
i) voor een juridische entiteit,
— maximaal 10 000 000 EUR of maximaal 5 % van de totale jaaromzet volgens de laatst beschikbare door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekeningen; indien de juridische entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die krachtens Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale omzet de totale jaaromzet of de krachtens de toepasselijke jaarrekeningenrichtlijnen daarmee corresponderende soort inkomsten volgens de recentste door het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening; of
— maximaal twee keer het bedrag van de winsten die zijn behaald of de verliezen die zijn vermeden door de overtreding, wanneer deze kunnen worden vastgesteld,
welke het hoogste is;
ii) in geval van een natuurlijke persoon:
— maximaal 2 000 000 EUR, of
— maximaal twee keer het bedrag van de winsten die zijn behaald of de verliezen die zijn vermeden door de overtreding, wanneer deze kunnen worden vastgesteld,
welke het hoogste is.
In de lidstaten waar de euro niet de officiële valuta is, wordt de met de euro overeenkomende waarde in de nationale valuta berekend volgens de officiële wisselkoers op de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2013/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG (*7).
2. Onverminderd de uit hoofde van artikel 24 aan de bevoegde autoriteiten toegekende bevoegdheden en het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties op te leggen, zorgen de lidstaten ervoor dat hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voorzien in de mogelijkheid de uitoefening van aan aandelen verbonden stemrechten op te schorten in het geval van overtredingen als bedoeld in artikel 28 bis, onder b). De lidstaten kunnen bepalen dat de stemrechten alleen worden opgeschort voor de meest ernstige overtredingen.
3. De lidstaten kunnen voorzien in aanvullende sancties of maatregelen en in hogere administratieve geldboetes dan die voorzien in deze richtlijn.
Artikel 28 quater
Uitoefening van bevoegdheden om sancties op te leggen
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het bepalen van het type en de hoogte van de administratieve sanctie of maatregel rekening houden met alle relevante omstandigheden, waaronder, in voorkomend geval:
a) de ernst en duur van de overtreding;
b) de mate van verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit;
c) de financiële draagkracht van de verantwoordelijke natuurlijke of juridische entiteit, bijvoorbeeld zoals deze blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke juridische entiteit of het jaarinkomen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;
d) het belang van de winst die is behaald of het verlies dat is vermeden door de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit, voor zover dit kan worden bepaald;
e) het door derden geleden verlies als gevolg van de overtreding, voor zover dat kan worden bepaald;
f) de mate waarin de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit medewerking verleent aan de bevoegde autoriteit;
g) eerdere overtredingen van de verantwoordelijke natuurlijke of juridische entiteit.
2. De tijdens of voor de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van deze richtlijn verzamelde persoonsgegevens worden in voorkomend geval verwerkt overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001.
(*7) PB L 294 van 6.11.2013, blz. 13.”."
22) De volgende titel wordt vóór artikel 29 ingevoegd:
„HOOFDSTUK VI TER
BEKENDMAKING VAN BESLISSINGEN ”.
23) Artikel 29 wordt vervangen door:
„Artikel 29
Bekendmaking van beslissingen
1. De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteiten verplicht zijn om onverwijld alle beslissingen betreffende sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van deze richtlijn, aan het publiek bekend te maken, waaronder ten minste informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke natuurlijke personen of juridische entiteit.
De bevoegde autoriteiten mogen de bekendmaking van een beslissing echter uitstellen of de beslissing anoniem bekendmaken op een wijze die strookt met hun nationale wetgeving in één van de volgende situaties:
a) indien, in het geval dat de sanctie wordt opgelegd aan een natuurlijke persoon, op basis van een verplichte voorafgaande evenredigheidsbeoordeling de bekendmaking van de persoonlijke gegevens onevenredig blijkt;
b) indien door de bekendmaking de stabiliteit van het financieel systeem ernstig zou worden bedreigd of een lopend officieel onderzoek ernstig zou ondermijnen;
c) indien de bekendmaking, voor zover dat kan worden bepaald, de betrokken instellingen of natuurlijke personen onevenredige en ernstige schade zou berokkenen.
2. Indien hoger beroep is ingesteld tegen de overeenkomstig lid 1 bekendgemaakte beslissing, is de bevoegde autoriteit verplicht om hetzij informatie met die strekking in de bekendmaking op te nemen op het moment van de bekendmaking, hetzij de bekendmaking te wijzigen indien het beroep wordt ingesteld na de oorspronkelijke bekendmaking.”.
24) Artikel 31, lid 2, wordt vervangen door:
„2. Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 3, lid 1, artikel 8, lid 2, of artikel 8, lid 3, of artikel 30 maatregelen vaststellen, stellen zij de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van die maatregelen in kennis.”.