Art. 47 Richtlijn 2013/36/EU, Kennisgeving inzake bijkantoren in derde landen en toegangsvoorwaarden voor kredietinstellingen met dergelijke bijkantoren
1. De lidstaten passen op bijkantoren van kredietinstellingen met hoofdkantoor in een derde land voor wat betreft de aanvang tot de werkzaamheden dan wel de uitoefening ervan geen bepalingen toe die leiden tot een gunstiger behandeling dan die welke geldt voor bijkantoren van kredietinstellingen die hun hoofdkantoor binnen de Unie hebben.
2. De bevoegde autoriteiten geven de Commissie, de EBA en het bij Besluit 2004/10/EG van de Commissie (23) opgerichte Europees Comité voor het bankwezen kennis van alle vergunningen voor bijkantoren die aan kredietinstellingen met hoofdkantoor in een derde land zijn verleend.
3. De Unie kan, door middel van met één of meer derde landen gesloten overeenkomsten, regelingen treffen inzake de toepassing van bepalingen die bijkantoren van een kredietinstelling met hoofdkantoor in een derde land eenzelfde behandeling op het gehele grondgebied van de Unie verzekeren.