Art. 15 Besluit 2013/183/EU
1. Alle tegoeden en economische middelen die rechtstreeks of onrechtstreeks eigendom zijn, in het bezit zijn, of onder zeggenschap staan van:
a) de in bijlage I vermelde personen en entiteiten die door het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad zijn aangewezen als - inclusief via onrechtmatige middelen - betrokken bij, of steun verlenend aan programma's van de DVK in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, of van personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen, of van entiteiten die - inclusief via onrechtmatige middelen - hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan;
b) de personen en entiteiten die niet onder bijlage I vallen, als genoemd in bijlage II, en:
i) die verantwoordelijk zijn voor programma's van de DVK in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, of van personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen, of van entiteiten die hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan, inclusief via illegale middelen, ook door deze te ondersteunen of te bevorderen,
ii) die financiële diensten verlenen of financiële of andere activa of middelen overbrengen naar, via of uit het grondgebied van de lidstaten, of via onderdanen van de lidstaten of entiteiten onder de jurisdictie daarvan, of via personen of financiële instellingen op het grondgebied van de lidstaten, indien deze financiële diensten of financiële of andere activa of middelen kunnen bijdragen tot de programma's van de DVK in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten, of personen of entiteiten die namens hen of onder hun leiding handelen of entiteiten die hun eigendom zijn of onder hun zeggenschap staan,
iii) die, inclusief door de levering van financiële diensten aan de DVK, betrokken zijn bij de levering, aan of vanuit de DVK, van wapens of aanverwant materieel van enigerlei aard, of de levering aan de DVK van voorwerpen, materieel, uitrusting, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen aan programma's van de DVK in verband met kernwapens, ballistische raketten of andere massavernietigingswapens;
c) de personen en entiteiten die niet onder bijlage I of bijlage II vallen, en die handelen namens of onder leiding van een in bijlage I of bijlage II vermelde persoon of entiteit, en personen die helpen sancties van UNSCR 1718 (2006), 1874 (2009), 2087 (2013) of 2094 (2013) of van dit besluit te ontwijken of de bepalingen ervan te overtreden, als genoemd in bijlage III bij dit besluit, worden bevroren.
2. Geen kredieten of economische middelen worden, rechtstreeks noch onrechtstreeks, aan of ten behoeve van de in lid 1 bedoelde personen en entiteiten ter beschikking gesteld.
3. Uitzonderingen kunnen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn om te voorzien in basisbehoeften, zoals betalingen voor voedsel, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen en geneeskundige behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en openbare nutsvoorzieningen;
b) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of
c) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten, overeenkomstig het nationale recht, voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden en economische middelen,
mits de betrokken lidstaat het Sanctiecomité, in voorkomend geval, heeft kennisgegeven van zijn voornemen om de toegang tot de tegoeden en economische middelen toe te staan, en het Sanctiecomité niet binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een negatief besluit heeft genomen.
4. Tevens kunnen uitzonderingen worden toegestaan voor tegoeden en economische middelen die:
a) noodzakelijk zijn ter dekking van uitzonderlijke uitgaven. In voorkomend geval zal de lidstaat eerst het Sanctiecomité hiervan in kennis stellen en zal die goedkeuring vragen aan het Sanctiecomité; of
b) het voorwerp zijn van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht of vonnis, in welk geval de tegoeden en economische middelen kunnen worden gebruikt om het retentierecht uit te oefenen of het vonnis ten uitvoer te leggen, mits het retentierecht of het vonnis dateert van voor de datum waarop de in lid 1 bedoelde persoon of entiteit is aangewezen door het Sanctiecomité, de Veiligheidsraad of de Raad, en niet ten goede komt aan een in lid 1 bedoelde persoon of entiteit. In voorkomend geval geeft de betrokken lidstaat hiervan eerst kennis aan het Sanctiecomité.
5. Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
a) interesten of andere inkomsten op die rekeningen; of
b) betalingen die verschuldigd zijn wegens contracten, overeenkomsten of verplichtingen die vóór 14 oktober 2006 zijn gesloten of zijn ontstaan,
met dien verstande dat met betrekking tot de voormelde rente, andere inkomsten en betalingen lid 1 steeds van toepassing blijft.