Art. 58 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Beheer van bankrekeningen
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
1. De rekenplichtige kan voor de behoeften in verband met het beheer van de kasmiddelen bij financiële instellingen of nationale centrale banken rekeningen op naam van de instelling openen of laten openen. In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de rekenplichtige rekeningen in andere valuta’s dan de euro openen.
2. De rekenplichtige is verantwoordelijk voor het afsluiten of het laten afsluiten van de in lid 1 bedoelde rekeningen.
3. De rekenplichtige bepaalt de voorwaarden voor de werking van de in lid 1 bedoelde bij financiële instellingen geopende rekeningen overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer, rendement en concurrentie.
4. Ten minste elke vijf jaar onderwerpt de rekenplichtige de financiële instellingen bij welke op grond van lid 1 rekeningen kunnen worden geopend, opnieuw aan concurrentie.
Waar de situatie van het plaatselijke bankbedrijf zulks mogelijk maakt, worden de bankrekeningen die voor het beheer van gelden ter goede rekening bij financiële instellingen buiten de Unie zijn geopend, regelmatig aan een vergelijkend onderzoek onderworpen. Een dergelijk onderzoek wordt minstens om de vijf jaar gehouden op initiatief van de beheerder van de gelden ter goede rekening, die vervolgens aan de rekenplichtige een gemotiveerd voorstel doet om voor een periode van maximaal vijf jaar een bank te kiezen.
5. De rekenplichtige ziet erop toe dat de voorwaarden voor de werking van de op grond van lid 1 bij financiële instellingen geopende rekeningen streng worden nageleefd.
Voor bankrekeningen die voor het beheer van gelden ter goede rekening bij financiële instellingen buiten de Unie zijn geopend, neemt de beheerder van de gelden ter goede rekening deze verantwoordelijkheid op zich, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving van het land waar de beheerder zijn functie uitoefent.
6. De rekenplichtige van de Commissie stelt de rekenplichtigen van de andere instellingen en van de in artikel 208 van het Financieel Reglement bedoelde organen in kennis van de voorwaarden voor de werking van de bij financiële instellingen geopende rekeningen. De rekenplichtigen van de andere instellingen en van de in artikel 208 van het Financieel Reglement bedoelde organen stemmen de voorwaarden voor de rekeningen die zij openen af met die voorwaarden.