Art. 216 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Keuze van de entiteiten waaraan de uitvoering van financieringsinstrumenten onder indirect beheer wordt toevertrouwd

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Met het oog op de uitvoering van financieringsinstrumenten onder indirect beheer verzekert de Commissie zich van bewijs dat de uitvoerende entiteit aan de vereisten van artikel 60, lid 2, van het Financieel Reglement voldoet. Het verkregen bewijs is geldig voor elke toekomstige uitvoering van financieringsinstrumenten door de betrokken entiteit, tenzij de onder die vereisten vallende systemen, regels en procedures van de uitvoerende entiteit wezenlijke veranderingen ondergaan.

2. Met het oog op de selectie van entiteiten waaraan de uitvoering van financieringsinstrumenten wordt toevertrouwd overeenkomstig artikel 61, lid 2, van het Financieel Reglement, publiceert de Commissie een oproep tot potentiële uitvoerende entiteiten. Daarbij worden de selectie- en gunningscriteria vermeld.

In de in de eerste alinea bedoelde oproep wordt eveneens vermeld of van de uitvoerende entiteit wordt verlangd dat zij het specifieke financieringsinstrument met eigen middelen voedt, dan wel het risico met anderen deelt. Wanneer die vermelding wordt opgenomen en beperking van het risico op een eventueel belangenconflict noodzakelijk is, dient in de oproep tevens te worden vermeld dat de uitvoerende entiteit maatregelen moet voorstellen om de belangen onderling af te stemmen overeenkomstig artikel 140, lid 2, van het Financieel Reglement. De maatregelen voor de onderlinge afstemming van de belangen worden opgenomen in de overeenkomst betreffende het specifieke financieringsinstrument.

De Commissie gaat op een transparante, objectieve manier en zonder dat een belangenconflict kan rijzen, een dialoog aan met de entiteiten die aan de selectiecriteria voldoen. Na afloop van die dialoog sluit de Commissie delegatieovereenkomsten met de entiteit of de entiteiten die de economisch voordeligste inschrijvingen hebben gedaan, omvattende, al naargelang het geval, de inbreng van hun eigen financiële middelen of risicodeling.

3. De Commissie kan voordat zij een delegatieovereenkomst aangaat rechtstreekse onderhandelingen aanknopen met potentiële uitvoerende entiteiten wanneer de uitvoerende entiteit is genoemd in de basishandeling of is vermeld in artikel 58, lid 1, onder c), iii), van het Financieel Reglement, of in naar behoren gemotiveerde en gedocumenteerde uitzonderlijke gevallen, in het bijzonder wanneer:

a) een oproep tot potentiële uitvoerende entiteiten geen geschikte inschrijvingen heeft opgeleverd;

b) voor financieringsinstrumenten met bijzondere kenmerken een bijzonder type uitvoerende entiteit vereist is vanwege de technische deskundigheid, de verregaande specialisatie of de administratiecapaciteiten;

c) het vanwege extreme urgentie als gevolg van onvoorzienbare gebeurtenissen die niet aan de Unie toe te schrijven zijn, onmogelijk is de in lid 2 bedoelde procedure te volgen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen