Art. 187 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Subsidiabele kosten
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012
Btw wordt als niet invorderbaar krachtens de toepasselijke nationale btw-wetgeving beschouwd als zij volgens die wetgeving toerekenbaar is aan:
a) vrijgestelde activiteiten zonder recht op aftrek;
b) activiteiten die buiten het toepassingsgebied van de btw vallen;
c) activiteiten als bedoeld onder a) en b) waarvoor de btw niet aftrekbaar is, maar wordt terugbetaald via specifieke regelingen of compensatiefondsen die niet onder Richtlijn 2006/112/EG vallen, ook als de regeling of het fonds bij de nationale btw-wetgeving is ingesteld.
Btw betreffende de in artikel 13, lid 2, van Richtlijn 2006/112/EG opgesomde werkzaamheden wordt geacht door een begunstigde, andere dan een niet-belastingplichtige in de zin van artikel 13, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn, te zijn betaald, ongeacht of de werkzaamheden door de betrokken lidstaat worden beschouwd als zijnde verricht door publiekrechtelijke lichamen die als overheid optreden.