Art. 165 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Zekerheid voor voorfinancieringen

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Zodra de aanbestedende dienst heeft vastgesteld dat een voorfinanciering nodig is, beoordeelt hij de aan de voorfinancieringsbetalingen verbonden risico’s voordat de procedure voor het plaatsen van de opdracht wordt ingeleid, daarbij in het bijzonder de volgende criteria in acht nemende:

a) de geraamde waarde van de opdracht;

b) het voorwerp;

c) de duur en het tijdschema;

d) de marktstructuur.

2. Er wordt een zekerheid verlangd als tegenprestatie voor de voorfinanciering in het in artikel 146, lid 6, tweede alinea, bedoelde geval of wanneer de ordonnateur daartoe op grond van lid 1 van dit artikel beslist.

Voor opdrachten van geringe waarde als bedoeld in artikel 137, lid 1, wordt geen zekerheid verlangd.

De zekerheid wordt vrijgegeven wanneer de voorfinanciering wordt afgetrokken van de tussentijdse betalingen of saldobetalingen aan de contractant onder de in het contract bepaalde voorwaarden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen