Art. 110 Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012, Bewijsstukken

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012

1. Voorfinancieringen, hieronder begrepen in de gevallen van opgesplitste betalingen, worden betaald op grond van het contract, de overeenkomst of de basishandeling, dan wel op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden geverifieerd of aan de voorwaarden van het betrokken contract, het besluit of de overeenkomst is voldaan. Indien een betaaldatum van voorfinanciering in deze instrumenten wordt bepaald, behoeft voor de betaling van het verschuldigde bedrag geen verder betalingsverzoek te worden ingediend.

2. Tussentijdse betalingen en saldobetalingen geschieden op grond van bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de gefinancierde acties zijn uitgevoerd in overeenstemming met de basishandeling of het besluit, of met de voorwaarden van het contract of de overeenkomst.

3. De bevoegde ordonnateur stelt met inachtneming van het beginsel van goed financieel beheer de aard van de in dit artikel bedoelde bewijsstukken vast overeenkomstig de basishandeling, besluiten, contracten en overeenkomsten. Tussentijdse en definitieve technische en financiële uitvoeringsverslagen zijn bewijsstukken voor de toepassing van lid 2.

4. De bewijsstukken worden overeenkomstig artikel 48 door de bevoegde ordonnateur bewaard.

Vorige artikelen

Volgende artikelen